Een AI-infrastructuur staat steeds hoger op de politieke agenda in Den Haag. Tijdens het Tweeminutendebat Digitale infrastructuur en economie ontstond een opvallend breed politiek front voor investeringen in rekenkracht, datacenters, zeekabels en digitale soevereiniteit. Kamerleden van D66, VVD, CDA, PRO en JA21 riepen het kabinet op om Nederland strategisch sterker te positioneren in de Europese digitale economie. Daarmee verschuift de AI-infrastructuur van een technisch dossier naar een onderwerp van economisch en geopolitiek belang.
Waar digitale infrastructuur jarenlang vooral werd besproken vanuit connectiviteit en economische groei, draait het debat inmiddels steeds nadrukkelijker om autonomie, weerbaarheid en strategische onafhankelijkheid. Dat blijkt uit de reeks moties die tijdens het debat werden ingediend en die vrijwel allemaal konden rekenen op een positief oordeel van staatssecretaris Willemijn Aerdts.
Fundament digitale soevereiniteit
De meest opvallende lijn in het debat was de nadruk op AI-infrastructuur als onderdeel van digitale soevereiniteit. D66-Kamerlid Sarah El Boujdaini wees op de groeiende behoefte aan rekenkracht binnen de overheid door de toenemende inzet van kunstmatige intelligentie.
Volgens haar moet de overheid veel actiever nadenken over de vraag waar die rekenkracht vandaan komt. “Het afnemen van rekenkracht van Nederlandse en Europese leveranciers draagt bij aan meer digitale soevereiniteit.”
Versterken van Europese technologische autonomie
Met haar motie vraagt zij het kabinet om de toekomstige behoefte aan rekenkracht in kaart te brengen en te onderzoeken hoe de overheid als launching customer kan optreden voor nieuwe AI-infrastructuur, waaronder een mogelijke AI-gigafabriek in Nederland.
Dat sluit aan bij ontwikkelingen binnen Europa. De Europese Commissie werkt momenteel aan een netwerk van AI-gigafabrieken waarmee Europese bedrijven, kennisinstellingen en overheden toegang moeten krijgen tot grootschalige AI-rekenkracht. Het doel is om de afhankelijkheid van Amerikaanse hyperscalers en Chinese technologie verder te verkleinen. De Europese Commissie spreekt daarbij expliciet over het versterken van Europese technologische autonomie.
Overheid als launching customer
[Foto: Mohamed Hassan | Pixabay]
Een tweede belangrijke ontwikkeling is de brede politieke steun voor de overheid als launching customer. El Boujdaini diende daarnaast een motie in om de overheid expliciet als launching customer voor GPT-NL te laten optreden. Dat initiatief kreeg steun van PRO-Kamerlid Barbara Kathmann. Ook CDA-Kamerlid Jantine Zwinkels benadrukte dat de overheid haar inkoopkracht veel strategischer moet inzetten. “Als een van de grootste inkopers van Nederland kan de overheid Europese technologie en innovatieve bedrijven helpen op te schalen door bewust als launching en scaling customer op te treden.”
Volgens Zwinkels moeten digitale autonomie, dataveiligheid en strategische weerbaarheid structureel worden meegenomen in aanbestedingen van de rijksoverheid. Die gedachte sluit aan bij een bredere Europese beweging waarin overheden niet alleen regelgever zijn, maar ook marktontwikkelaar. Door als eerste klant op te treden kunnen innovatieve Europese technologiebedrijven sneller opschalen en internationaal concurreren. Staatssecretaris Aerdts gaf aan dit vraagstuk verder te onderzoeken en na het zomerreces met een reactie te komen.
AI-gigafabriek
Een van de meest interessante onderdelen van het debat ging over de vraag of Nederland moet investeren in een AI-gigafabriek. Barbara Kathmann stelde dat Nederland op korte termijn strategische keuzes moet maken. “Stop nou met kijken in die tas, want je weet dat je daar geen geld in hebt gestopt; ga strategisch nadenken over de digitale infrastructuur die wij nodig hebben, nu en in de toekomst.”
Faciliteiten noodzakelijk om de volgende generatie AI-modellen te kunnen ontwikkelen en draaien
Zij vroeg het kabinet om verschillende scenario’s uit te werken voor de ruimte en rekenkracht die Nederland nodig heeft om binnen Europa een sterke AI-positie op te bouwen. De staatssecretaris gaf deze motie uiteindelijk oordeel Kamer.
De discussie komt op een moment waarop Europa fors investeert in AI-capaciteit. Brussel wil tientallen miljarden euro’s mobiliseren voor AI-gigafabrieken. Volgens de Europese Commissie zijn deze faciliteiten noodzakelijk om de volgende generatie AI-modellen te kunnen ontwikkelen en draaien. De eerste projecten moeten vanaf 2027 in aanbouw gaan.
Zeekabels
[Foto: Евгения Егорова | Pexels]
Niet alleen AI stond centraal. Ook zeekabels kregen opvallend veel aandacht. Kathmann noemde de situatie urgent. “We hebben geen tijd te verliezen.” Volgens haar is investeren in nieuwe zeekabelverbindingen essentieel voor zowel het vestigingsklimaat als de digitale onafhankelijkheid van Nederland.
JA21-Kamerlid Daniël van den Berg sloot zich daarbij aan. Hij wees erop dat zeekabels inmiddels cruciale infrastructuur vormen voor betalingsverkeer, zorg, logistiek, kennisinstellingen en veiligheid. Daarnaast vroeg hij aandacht voor de kwetsbare digitale verbindingen van Caribisch Nederland. Daarbij pleitte hij voor een toekomstbestendige ontsluiting richting Europa.
De staatssecretaris sprak tijdens het debat zelfs over een “fanclub zeekabels” en gaf meerdere moties op dit onderwerp oordeel Kamer. De aandacht voor zeekabels past binnen een bredere Europese discussie over digitale weerbaarheid. Omdat vrijwel al het internationale dataverkeer via onderzeese kabels loopt, worden deze verbindingen steeds vaker beschouwd als kritieke infrastructuur.
Risicoanalyse digitale infrastructuur
Ook de VVD legde de nadruk op weerbaarheid. VVD-Kamerlid Ingrid Verkuijlen diende een motie in waarin het kabinet wordt gevraagd om een uitgebreide risicoanalyse van de Nederlandse digitale infrastructuur op te stellen. Volgens Verkuijlen is dat noodzakelijk omdat de Nederlandse economie in hoge mate afhankelijk is geworden van digitale systemen.
Digitale infrastructuur wordt steeds nadrukkelijker behandeld zoals energie, water of telecom
De staatssecretaris bevestigde dat deze risicobeoordeling voor de begrotingsbehandeling beschikbaar moet zijn en gaf ook deze motie oordeel Kamer. Daarmee wordt digitale infrastructuur steeds nadrukkelijker behandeld zoals energie, water of telecom. Niet als een afzonderlijke technologiesector, maar als een essentiële voorwaarde voor het functioneren van de samenleving.
Van visie naar beleid
[Afbeelding: Ann H | Pexels]
Wat dit debat vooral laat zien, is dat digitale soevereiniteit niet langer een abstract begrip is. Waar enkele jaren geleden vooral werd gesproken over cloudstrategieën en afhankelijkheid van buitenlandse technologiebedrijven, gaat het debat nu over concrete investeringen in AI-rekenkracht, datacenters, zeekabels en overheidsinkoop. Vrijwel alle fracties benadrukten dat Nederland strategische keuzes moet maken om zijn digitale autonomie te versterken.
De staatssecretaris sloot zich daarbij aan. Zij gaf zeven van de acht ingediende moties oordeel Kamer en sprak meerdere keren over het belang van digitale soevereiniteit en Europese samenwerking. Daarmee lijkt een nieuwe fase aangebroken. Niet de vraag of digitale infrastructuur strategisch belangrijk is, maar hoe snel Nederland bereid is om die strategische positie daadwerkelijk te versterken.
AI-infrastructuur wordt strategische prioriteit
Kamer wil meer grip op digitale autonomie
Een AI-infrastructuur staat steeds hoger op de politieke agenda in Den Haag. Tijdens het Tweeminutendebat Digitale infrastructuur en economie ontstond een opvallend breed politiek front voor investeringen in rekenkracht, datacenters, zeekabels en digitale soevereiniteit. Kamerleden van D66, VVD, CDA, PRO en JA21 riepen het kabinet op om Nederland strategisch sterker te positioneren in de Europese digitale economie. Daarmee verschuift de AI-infrastructuur van een technisch dossier naar een onderwerp van economisch en geopolitiek belang.
Waar digitale infrastructuur jarenlang vooral werd besproken vanuit connectiviteit en economische groei, draait het debat inmiddels steeds nadrukkelijker om autonomie, weerbaarheid en strategische onafhankelijkheid. Dat blijkt uit de reeks moties die tijdens het debat werden ingediend en die vrijwel allemaal konden rekenen op een positief oordeel van staatssecretaris Willemijn Aerdts.
Fundament digitale soevereiniteit
De meest opvallende lijn in het debat was de nadruk op AI-infrastructuur als onderdeel van digitale soevereiniteit. D66-Kamerlid Sarah El Boujdaini wees op de groeiende behoefte aan rekenkracht binnen de overheid door de toenemende inzet van kunstmatige intelligentie.
Volgens haar moet de overheid veel actiever nadenken over de vraag waar die rekenkracht vandaan komt. “Het afnemen van rekenkracht van Nederlandse en Europese leveranciers draagt bij aan meer digitale soevereiniteit.”
Met haar motie vraagt zij het kabinet om de toekomstige behoefte aan rekenkracht in kaart te brengen en te onderzoeken hoe de overheid als launching customer kan optreden voor nieuwe AI-infrastructuur, waaronder een mogelijke AI-gigafabriek in Nederland.
Dat sluit aan bij ontwikkelingen binnen Europa. De Europese Commissie werkt momenteel aan een netwerk van AI-gigafabrieken waarmee Europese bedrijven, kennisinstellingen en overheden toegang moeten krijgen tot grootschalige AI-rekenkracht. Het doel is om de afhankelijkheid van Amerikaanse hyperscalers en Chinese technologie verder te verkleinen. De Europese Commissie spreekt daarbij expliciet over het versterken van Europese technologische autonomie.
Overheid als launching customer
Een tweede belangrijke ontwikkeling is de brede politieke steun voor de overheid als launching customer. El Boujdaini diende daarnaast een motie in om de overheid expliciet als launching customer voor GPT-NL te laten optreden. Dat initiatief kreeg steun van PRO-Kamerlid Barbara Kathmann. Ook CDA-Kamerlid Jantine Zwinkels benadrukte dat de overheid haar inkoopkracht veel strategischer moet inzetten. “Als een van de grootste inkopers van Nederland kan de overheid Europese technologie en innovatieve bedrijven helpen op te schalen door bewust als launching en scaling customer op te treden.”
Volgens Zwinkels moeten digitale autonomie, dataveiligheid en strategische weerbaarheid structureel worden meegenomen in aanbestedingen van de rijksoverheid. Die gedachte sluit aan bij een bredere Europese beweging waarin overheden niet alleen regelgever zijn, maar ook marktontwikkelaar. Door als eerste klant op te treden kunnen innovatieve Europese technologiebedrijven sneller opschalen en internationaal concurreren. Staatssecretaris Aerdts gaf aan dit vraagstuk verder te onderzoeken en na het zomerreces met een reactie te komen.
AI-gigafabriek
Een van de meest interessante onderdelen van het debat ging over de vraag of Nederland moet investeren in een AI-gigafabriek. Barbara Kathmann stelde dat Nederland op korte termijn strategische keuzes moet maken. “Stop nou met kijken in die tas, want je weet dat je daar geen geld in hebt gestopt; ga strategisch nadenken over de digitale infrastructuur die wij nodig hebben, nu en in de toekomst.”
Zij vroeg het kabinet om verschillende scenario’s uit te werken voor de ruimte en rekenkracht die Nederland nodig heeft om binnen Europa een sterke AI-positie op te bouwen. De staatssecretaris gaf deze motie uiteindelijk oordeel Kamer.
De discussie komt op een moment waarop Europa fors investeert in AI-capaciteit. Brussel wil tientallen miljarden euro’s mobiliseren voor AI-gigafabrieken. Volgens de Europese Commissie zijn deze faciliteiten noodzakelijk om de volgende generatie AI-modellen te kunnen ontwikkelen en draaien. De eerste projecten moeten vanaf 2027 in aanbouw gaan.
Zeekabels
Niet alleen AI stond centraal. Ook zeekabels kregen opvallend veel aandacht. Kathmann noemde de situatie urgent. “We hebben geen tijd te verliezen.” Volgens haar is investeren in nieuwe zeekabelverbindingen essentieel voor zowel het vestigingsklimaat als de digitale onafhankelijkheid van Nederland.
JA21-Kamerlid Daniël van den Berg sloot zich daarbij aan. Hij wees erop dat zeekabels inmiddels cruciale infrastructuur vormen voor betalingsverkeer, zorg, logistiek, kennisinstellingen en veiligheid. Daarnaast vroeg hij aandacht voor de kwetsbare digitale verbindingen van Caribisch Nederland. Daarbij pleitte hij voor een toekomstbestendige ontsluiting richting Europa.
De staatssecretaris sprak tijdens het debat zelfs over een “fanclub zeekabels” en gaf meerdere moties op dit onderwerp oordeel Kamer. De aandacht voor zeekabels past binnen een bredere Europese discussie over digitale weerbaarheid. Omdat vrijwel al het internationale dataverkeer via onderzeese kabels loopt, worden deze verbindingen steeds vaker beschouwd als kritieke infrastructuur.
Risicoanalyse digitale infrastructuur
Ook de VVD legde de nadruk op weerbaarheid. VVD-Kamerlid Ingrid Verkuijlen diende een motie in waarin het kabinet wordt gevraagd om een uitgebreide risicoanalyse van de Nederlandse digitale infrastructuur op te stellen. Volgens Verkuijlen is dat noodzakelijk omdat de Nederlandse economie in hoge mate afhankelijk is geworden van digitale systemen.
De staatssecretaris bevestigde dat deze risicobeoordeling voor de begrotingsbehandeling beschikbaar moet zijn en gaf ook deze motie oordeel Kamer. Daarmee wordt digitale infrastructuur steeds nadrukkelijker behandeld zoals energie, water of telecom. Niet als een afzonderlijke technologiesector, maar als een essentiële voorwaarde voor het functioneren van de samenleving.
Van visie naar beleid
Wat dit debat vooral laat zien, is dat digitale soevereiniteit niet langer een abstract begrip is. Waar enkele jaren geleden vooral werd gesproken over cloudstrategieën en afhankelijkheid van buitenlandse technologiebedrijven, gaat het debat nu over concrete investeringen in AI-rekenkracht, datacenters, zeekabels en overheidsinkoop. Vrijwel alle fracties benadrukten dat Nederland strategische keuzes moet maken om zijn digitale autonomie te versterken.
De staatssecretaris sloot zich daarbij aan. Zij gaf zeven van de acht ingediende moties oordeel Kamer en sprak meerdere keren over het belang van digitale soevereiniteit en Europese samenwerking. Daarmee lijkt een nieuwe fase aangebroken. Niet de vraag of digitale infrastructuur strategisch belangrijk is, maar hoe snel Nederland bereid is om die strategische positie daadwerkelijk te versterken.