In een tijd waarin organisaties steeds vaker afhankelijk worden van de grote technologiebedrijven, is het thema digitale autonomie urgenter dan ooit. Publieke instellingen in het onderwijs, de zorg en de overheid digitaliseren grootschalig met behulp van diensten van grote techbedrijven en raken daardoor langzaamaan de regie kwijt over hun eigen kernprocessen. Dat maakt onze samenleving kwetsbaar, zo waarschuwt het Rathenau Instituut in het rapport ‘Koers zetten richting digitale autonomie’ (2025).
Voor organisaties die digitalisering serieus nemen, leveranciers en gebruikers van digitaliseringsoplossingen, is het belangrijk om niet alleen de afhankelijkheid te onderkennen, maar ook concreet te werken aan autonomie. In dit artikel verkennen we eerst hoe de macht van Big Tech zich heeft opgebouwd, vervolgens hoe die afhankelijkheid eruit ziet in publieke en private organisaties en tot slot welke koers mogelijk is voor organisaties die de regie willen terugwinnen.
De macht van Big Tech
De machtspositie van de technologiereuzen is niet toevallig. In het rapport ‘Achter de macht van big tech’ (deel 1 van het drieluik) beschrijft het Rathenau Instituut hoe grote techbedrijven zich verankerd hebben in meerdere lagen van de digitale stack. Het gaat van hardware en chips tot software, platforms en clouddiensten. Daarbij spelen drie mechanismen een sleutelrol: schaal‑ en leereffecten (zelfversterking), geconcentreerde machtsmiddelen (data, rekenkracht, financieel vermogen) en strategische integratie (horizontaal, verticaal). Deze dynamiek leidt tot een ‘winner‑takes‑all’ markt, waarin de gevestigde spelers steeds groter en dominanter worden. Voor organisaties betekent dit dat er weinig echte alternatieven ontstaan en dat onderhandelingskracht slinkt.
Dit raakt niet alleen marktwerking, maar ook publieke waarden
Een concrete illustratie: organisaties die kiezen voor clouddiensten of software-oplossingen van één grote leverancier, krijgen te maken met lock‑in, beperkte interoperabiliteit en vaak ondoorzichtige voorwaarden. Dit raakt niet alleen marktwerking, maar ook publieke waarden zoals autonomie, regie en democratische zeggenschap.
Digitale afhankelijkheid in beeld
Afhankelijkheid is niet enkel een abstract begrip; het manifesteert zich concreet in diverse sectoren. In het rapport ‘Digitale afhankelijkheid in beeld’ (deel 2) toont het Rathenau Instituut visueel hoe onderwijs, zorg, overheidsdiensten, wetenschap en nieuwsmedia geleidelijk afhankelijk zijn geworden van enkele grote techbedrijven. Dit gaat veel verder dan alleen gebruik van clouddiensten. Ook softwareplatformen, AI‑tools en hardware behoren tot de afhankelijkheidsketen.
De risico’s zijn zowel acuut (bijvoorbeeld uitval van diensten of juridische toegang door buitenlandse overheden) als structureel (geleidelijk verlies van controle en keuzevrijheid). Een passage uit het artikel luidt: “De zeggenschap van leerkrachten, ambtenaren of journalisten over hoe zij hun taken uitvoeren … kan door digitale afhankelijkheid onder druk komen te staan.” Voor organisaties betekent dit dat de afhankelijkheid van technologie niet neutraal is: ze beïnvloedt besluitvorming, strategische keuzes, technologische infrastructuur en uiteindelijk de impact die ze kunnen maken.
Koers zetten richting digitale autonomie
Het derde deel van het drieluik richt zich op handelingsopties. In het rapport ‘Koers zetten richting digitale autonomie’ (deel 3) presenteert het Rathenau Instituut vier strategieën die organisaties en beleidsmakers kunnen inzetten om de regie terug te winnen.
[Foto: Bakr Magrabi | Pexels]
De eerste strategie is koop anders in: publieksorganisaties en gebruikers zouden bij inkoop bewust andere keuzes moeten maken. Denk aan open‑source oplossingen, Europese aanbieders of standaardisatie zodat afhankelijkheid verkleint.
De tweede is creëer een gelijk speelveld: wetgeving of beleid moet alternatieve aanbieders ondersteunen en een marktomgeving scheppen waarin monopolistische dominantie wordt teruggedrongen.
De derde strategie is breng kennispositie op orde: organisaties moeten inzicht hebben in hun afhankelijkheden, risico’s en infrastructuur, om bewuste keuzes te maken.
De vierde strategie is kies een route naar autonomie: bepalen welk niveau van autonomie gewenst is en welke keuzes daarbij horen qua technologie, leveranciers, data en infrastructuur.
Voor leveranciers van digitaliseringsoplossingen biedt dit aanknopingspunten. Het vraagt namelijk om proposities die inzetbaar zijn als alternatief voor dominante techspelers, interoperabiliteit, open standaarden en volle transparantie. Voor gebruikers betekent dit: stel bij inkoop deze criteria centraal, evalueer leveranciers op autonomie‑potentieel, neem exit‑strategieën op en ontwikkel kennis over technologieketens.
Praktische toepassing van digitale autonomie
Voor een leverancier van digitaliseringsoplossingen kan het betekenen dat je je aanbod positioneert op het thema ‘digitale autonomie’, bijvoorbeeld door de keuze voor open source, Europese hosting, leveranciersonafhankelijkheid of interoperabele structuren. Voor een gebruiker (organisatie) betekent het dat je in je inkoopproces expliciet vragen stelt over afhankelijkheid, exit‑opties, standaardisatie en verantwoording.
Digitale autonomie is geen utopie, het is een noodzaak
Neem bijvoorbeeld een onderwijsinstelling. In plaats van standaard het aanbod van de grootste techleverancier te kiezen, kan geopteerd worden voor een oplossing die modulair is, gebaseerd op open standaarden, met meerdere hosters/aanbieders en met expliciete exit‑clausule. Daarmee verkleint de organisatie de kans dat zij de regie verliest over educatieve processen of data‑flows.
Start klein, denk groot en houd regie
Digitale autonomie is geen utopie. Het is een noodzaak voor organisaties die willen blijven bepalen hoe technologie wordt ingezet, wie de regels stelt en welke impact mogelijk is. Het drieluik van het Rathenau Instituut maakt inzichtelijk hoe afhankelijkheid is ontstaan en biedt concrete strategieën om autonomie op te bouwen. Organisaties die vandaag al stappen zetten, bijvoorbeeld in inkoopbeleid, kennisopbouw of het kiezen van alternatieven, vergroten hun slagkracht op de lange termijn. Het is dus tijd om niet alleen de technologie te laten bepalen wat mogelijk is, maar om zelf te bepalen wat technologie doet. Start klein, denk groot en houd regie.
Digitale autonomie in actie: Zo krijg je grip op Big Tech
In een tijd waarin organisaties steeds vaker afhankelijk worden van de grote technologiebedrijven, is het thema digitale autonomie urgenter dan ooit. Publieke instellingen in het onderwijs, de zorg en de overheid digitaliseren grootschalig met behulp van diensten van grote techbedrijven en raken daardoor langzaamaan de regie kwijt over hun eigen kernprocessen. Dat maakt onze samenleving kwetsbaar, zo waarschuwt het Rathenau Instituut in het rapport ‘Koers zetten richting digitale autonomie’ (2025).
Voor organisaties die digitalisering serieus nemen, leveranciers en gebruikers van digitaliseringsoplossingen, is het belangrijk om niet alleen de afhankelijkheid te onderkennen, maar ook concreet te werken aan autonomie. In dit artikel verkennen we eerst hoe de macht van Big Tech zich heeft opgebouwd, vervolgens hoe die afhankelijkheid eruit ziet in publieke en private organisaties en tot slot welke koers mogelijk is voor organisaties die de regie willen terugwinnen.
De macht van Big Tech
De machtspositie van de technologiereuzen is niet toevallig. In het rapport ‘Achter de macht van big tech’ (deel 1 van het drieluik) beschrijft het Rathenau Instituut hoe grote techbedrijven zich verankerd hebben in meerdere lagen van de digitale stack. Het gaat van hardware en chips tot software, platforms en clouddiensten. Daarbij spelen drie mechanismen een sleutelrol: schaal‑ en leereffecten (zelfversterking), geconcentreerde machtsmiddelen (data, rekenkracht, financieel vermogen) en strategische integratie (horizontaal, verticaal). Deze dynamiek leidt tot een ‘winner‑takes‑all’ markt, waarin de gevestigde spelers steeds groter en dominanter worden. Voor organisaties betekent dit dat er weinig echte alternatieven ontstaan en dat onderhandelingskracht slinkt.
Een concrete illustratie: organisaties die kiezen voor clouddiensten of software-oplossingen van één grote leverancier, krijgen te maken met lock‑in, beperkte interoperabiliteit en vaak ondoorzichtige voorwaarden. Dit raakt niet alleen marktwerking, maar ook publieke waarden zoals autonomie, regie en democratische zeggenschap.
Digitale afhankelijkheid in beeld
Afhankelijkheid is niet enkel een abstract begrip; het manifesteert zich concreet in diverse sectoren. In het rapport ‘Digitale afhankelijkheid in beeld’ (deel 2) toont het Rathenau Instituut visueel hoe onderwijs, zorg, overheidsdiensten, wetenschap en nieuwsmedia geleidelijk afhankelijk zijn geworden van enkele grote techbedrijven. Dit gaat veel verder dan alleen gebruik van clouddiensten. Ook softwareplatformen, AI‑tools en hardware behoren tot de afhankelijkheidsketen.
De risico’s zijn zowel acuut (bijvoorbeeld uitval van diensten of juridische toegang door buitenlandse overheden) als structureel (geleidelijk verlies van controle en keuzevrijheid). Een passage uit het artikel luidt: “De zeggenschap van leerkrachten, ambtenaren of journalisten over hoe zij hun taken uitvoeren … kan door digitale afhankelijkheid onder druk komen te staan.” Voor organisaties betekent dit dat de afhankelijkheid van technologie niet neutraal is: ze beïnvloedt besluitvorming, strategische keuzes, technologische infrastructuur en uiteindelijk de impact die ze kunnen maken.
Koers zetten richting digitale autonomie
Het derde deel van het drieluik richt zich op handelingsopties. In het rapport ‘Koers zetten richting digitale autonomie’ (deel 3) presenteert het Rathenau Instituut vier strategieën die organisaties en beleidsmakers kunnen inzetten om de regie terug te winnen.
Voor leveranciers van digitaliseringsoplossingen biedt dit aanknopingspunten. Het vraagt namelijk om proposities die inzetbaar zijn als alternatief voor dominante techspelers, interoperabiliteit, open standaarden en volle transparantie. Voor gebruikers betekent dit: stel bij inkoop deze criteria centraal, evalueer leveranciers op autonomie‑potentieel, neem exit‑strategieën op en ontwikkel kennis over technologieketens.
Praktische toepassing van digitale autonomie
Voor een leverancier van digitaliseringsoplossingen kan het betekenen dat je je aanbod positioneert op het thema ‘digitale autonomie’, bijvoorbeeld door de keuze voor open source, Europese hosting, leveranciersonafhankelijkheid of interoperabele structuren. Voor een gebruiker (organisatie) betekent het dat je in je inkoopproces expliciet vragen stelt over afhankelijkheid, exit‑opties, standaardisatie en verantwoording.
Neem bijvoorbeeld een onderwijsinstelling. In plaats van standaard het aanbod van de grootste techleverancier te kiezen, kan geopteerd worden voor een oplossing die modulair is, gebaseerd op open standaarden, met meerdere hosters/aanbieders en met expliciete exit‑clausule. Daarmee verkleint de organisatie de kans dat zij de regie verliest over educatieve processen of data‑flows.
Start klein, denk groot en houd regie
Digitale autonomie is geen utopie. Het is een noodzaak voor organisaties die willen blijven bepalen hoe technologie wordt ingezet, wie de regels stelt en welke impact mogelijk is. Het drieluik van het Rathenau Instituut maakt inzichtelijk hoe afhankelijkheid is ontstaan en biedt concrete strategieën om autonomie op te bouwen. Organisaties die vandaag al stappen zetten, bijvoorbeeld in inkoopbeleid, kennisopbouw of het kiezen van alternatieven, vergroten hun slagkracht op de lange termijn. Het is dus tijd om niet alleen de technologie te laten bepalen wat mogelijk is, maar om zelf te bepalen wat technologie doet. Start klein, denk groot en houd regie.