Digitale soevereiniteit kan organisaties niet alleen beschermen, maar ook sterker en wendbaarder maken. Dat was de kern van de keynote van Rob Elsinga, National Technology Officer bij Microsoft Nederland, tijdens de European Resilience Summit 2026 in Den Haag. Zijn boodschap: veerkracht ontstaat niet door technologie af te sluiten, maar door controle, keuzevrijheid en aanpasbaarheid bewust in te bouwen.
Elsinga koppelt digitale soevereiniteit nadrukkelijk aan de digitale economie. Volgens hem gaat het om “de mogelijkheid om op een veilige en onafhankelijke manier deel te nemen aan de digitale economie, met zelfbepaalde controle”. Die controle vormt voor hem het vertrekpunt. Niet autarkie en ook geen digitale isolatie, maar de mogelijkheid om zelf te bepalen wie toegang heeft, waar kritieke data staat en hoe snel een organisatie kan schakelen als omstandigheden veranderen.
Digitale soevereiniteit vraagt controle
De geopolitieke context maakt die vraag urgenter. Supply chains staan onder druk, cyberaanvallen raken organisaties en regelgeving rond data, cybersecurity en AI neemt toe. Toch waarschuwt Elsinga voor een reflex waarbij organisaties alles zelf willen doen. “Het gaat niet om autarkie, waarbij je alles zelf doet”, zegt hij. De technologieketen bestaat uit veel lagen en die komen lang niet allemaal uit Europa.
Organisaties hebben toegang nodig tot de beste technologie om competitief te blijven
Juist daarom ziet Elsinga samenwerking als onderdeel van digitale soevereiniteit. Europa moet volgens hem de eigen digitale capaciteiten versterken, maar tegelijk toegang houden tot internationale technologie en expertise. Dat kan economische slagkracht en innovatie ondersteunen. “We moeten samenwerken met internationale organisaties, internationale klanten en internationale aanbieders”, stelt hij, omdat organisaties toegang nodig hebben tot de beste technologie om competitief te blijven.
Digitale veerkracht groeit door keuze
Voor organisaties betekent deze visie vooral dat zij hun digitale architectuur flexibeler moeten ontwerpen. Elsinga noemt interoperabiliteit en portabiliteit cruciaal. Kritieke systemen moeten kunnen bewegen tussen cloud, eigen datacenter en andere omgevingen. Ook hybride infrastructuur krijgt daarin een belangrijke plaats.
“Soms denken mensen dat Microsoft alleen om de publieke cloud draait, maar we begrijpen dat je waarschijnlijk hybride moet werken als je veerkrachtig wilt zijn”, zegt Elsinga. Een goede strategie draait volgens hem om een plan B. Back-ups, capaciteit, kennis en procedures moeten niet alleen bestaan, maar ook getest zijn.
Daarmee verschuift digitale soevereiniteit van een abstract beleidsbegrip naar een praktisch ontwerpprincipe. “De optimale veerkracht die je als organisatie vanuit digitaal perspectief kunt hebben, is keuzevrijheid.” Die keuzevrijheid maakt organisaties minder afhankelijk van een enkele omgeving en geeft ruimte om tijdens verstoring snel te handelen.
Digitale innovatie blijft onderdeel resilience
Rob Elsinga [foto: Eventshoot]
Veerkracht mag volgens Elsinga bovendien niet ten koste gaan van innovatie. Organisaties moeten cybersecurity, sovereignty en innovatie tegelijk managen. Vooral AI verandert het speelveld snel. Organisaties willen volgens hem agentic systems bouwen en hun concurrentiepositie versterken.
Daarom ziet Elsinga risicomanagement als het mechanisme dat deze belangen bij elkaar brengt. “Er is geen scenario waarin geen risico bestaat.” De vraag is dus niet hoe organisaties ieder risico uitsluiten, maar welk risico zij accepteren, welke maatregelen daarbij passen en welke kosten zij daarvoor willen dragen.
Die benadering biedt ruimte voor innovatie. Wie risico’s expliciet maakt en een realistisch plan B bouwt, hoeft nieuwe technologie niet automatisch te vermijden. Digitale weerbaarheid wordt zo juist een voorwaarde om verantwoord te blijven vernieuwen.
Digitale soevereiniteit vraagt actie
Elsinga ziet daarbij een belangrijk verschil tussen debat en voorbereiding. “In de Noordse landen worden soevereiniteit en veerkracht als een ontwerpprincipe beschouwd.” Landen als Noorwegen, Finland en Denemarken oefenen volgens hem met crisisscenario’s en ontwerpen continuïteit vooraf. Ook voorbeelden uit Oekraïne laten volgens Elsinga zien waarom mobiliteit en digitale flexibiliteit van grote waarde kunnen zijn tijdens een crisis.
Veerkracht is absoluut een voordeel als je mobiel en interoperabel bent en keuze hebt
Zijn conclusie is positief en praktisch: organisaties hoeven niet te kiezen tussen digitale soevereiniteit, innovatie en economische groei. Door systemen interoperabel, mobiel en hybride te ontwerpen, ontstaat juist meer handelingsruimte.
“Veerkracht is absoluut een voordeel als je mobiel en interoperabel bent en keuze hebt.” Uiteindelijk gaat het volgens Elsinga niet om een digitale bunker, maar om een organisatie die haar missie kan blijven uitvoeren. Zijn slotmetafoor vat dat krachtig samen: “De veiligste plek voor een schip is, denk ik, de haven.” Maar een schip is er om te varen. Digitale soevereiniteit krijgt daarmee pas echte waarde als zij organisaties helpt om veilig, innovatief en wendbaar in beweging te blijven.
Digitale soevereiniteit maakt organisaties veerkrachtiger
Controle zonder isolatie als uitgangspunt
Digitale soevereiniteit kan organisaties niet alleen beschermen, maar ook sterker en wendbaarder maken. Dat was de kern van de keynote van Rob Elsinga, National Technology Officer bij Microsoft Nederland, tijdens de European Resilience Summit 2026 in Den Haag. Zijn boodschap: veerkracht ontstaat niet door technologie af te sluiten, maar door controle, keuzevrijheid en aanpasbaarheid bewust in te bouwen.
Elsinga koppelt digitale soevereiniteit nadrukkelijk aan de digitale economie. Volgens hem gaat het om “de mogelijkheid om op een veilige en onafhankelijke manier deel te nemen aan de digitale economie, met zelfbepaalde controle”. Die controle vormt voor hem het vertrekpunt. Niet autarkie en ook geen digitale isolatie, maar de mogelijkheid om zelf te bepalen wie toegang heeft, waar kritieke data staat en hoe snel een organisatie kan schakelen als omstandigheden veranderen.
Digitale soevereiniteit vraagt controle
De geopolitieke context maakt die vraag urgenter. Supply chains staan onder druk, cyberaanvallen raken organisaties en regelgeving rond data, cybersecurity en AI neemt toe. Toch waarschuwt Elsinga voor een reflex waarbij organisaties alles zelf willen doen. “Het gaat niet om autarkie, waarbij je alles zelf doet”, zegt hij. De technologieketen bestaat uit veel lagen en die komen lang niet allemaal uit Europa.
Juist daarom ziet Elsinga samenwerking als onderdeel van digitale soevereiniteit. Europa moet volgens hem de eigen digitale capaciteiten versterken, maar tegelijk toegang houden tot internationale technologie en expertise. Dat kan economische slagkracht en innovatie ondersteunen. “We moeten samenwerken met internationale organisaties, internationale klanten en internationale aanbieders”, stelt hij, omdat organisaties toegang nodig hebben tot de beste technologie om competitief te blijven.
Digitale veerkracht groeit door keuze
Voor organisaties betekent deze visie vooral dat zij hun digitale architectuur flexibeler moeten ontwerpen. Elsinga noemt interoperabiliteit en portabiliteit cruciaal. Kritieke systemen moeten kunnen bewegen tussen cloud, eigen datacenter en andere omgevingen. Ook hybride infrastructuur krijgt daarin een belangrijke plaats.
“Soms denken mensen dat Microsoft alleen om de publieke cloud draait, maar we begrijpen dat je waarschijnlijk hybride moet werken als je veerkrachtig wilt zijn”, zegt Elsinga. Een goede strategie draait volgens hem om een plan B. Back-ups, capaciteit, kennis en procedures moeten niet alleen bestaan, maar ook getest zijn.
Daarmee verschuift digitale soevereiniteit van een abstract beleidsbegrip naar een praktisch ontwerpprincipe. “De optimale veerkracht die je als organisatie vanuit digitaal perspectief kunt hebben, is keuzevrijheid.” Die keuzevrijheid maakt organisaties minder afhankelijk van een enkele omgeving en geeft ruimte om tijdens verstoring snel te handelen.
Digitale innovatie blijft onderdeel resilience
Veerkracht mag volgens Elsinga bovendien niet ten koste gaan van innovatie. Organisaties moeten cybersecurity, sovereignty en innovatie tegelijk managen. Vooral AI verandert het speelveld snel. Organisaties willen volgens hem agentic systems bouwen en hun concurrentiepositie versterken.
Daarom ziet Elsinga risicomanagement als het mechanisme dat deze belangen bij elkaar brengt. “Er is geen scenario waarin geen risico bestaat.” De vraag is dus niet hoe organisaties ieder risico uitsluiten, maar welk risico zij accepteren, welke maatregelen daarbij passen en welke kosten zij daarvoor willen dragen.
Die benadering biedt ruimte voor innovatie. Wie risico’s expliciet maakt en een realistisch plan B bouwt, hoeft nieuwe technologie niet automatisch te vermijden. Digitale weerbaarheid wordt zo juist een voorwaarde om verantwoord te blijven vernieuwen.
Digitale soevereiniteit vraagt actie
Elsinga ziet daarbij een belangrijk verschil tussen debat en voorbereiding. “In de Noordse landen worden soevereiniteit en veerkracht als een ontwerpprincipe beschouwd.” Landen als Noorwegen, Finland en Denemarken oefenen volgens hem met crisisscenario’s en ontwerpen continuïteit vooraf. Ook voorbeelden uit Oekraïne laten volgens Elsinga zien waarom mobiliteit en digitale flexibiliteit van grote waarde kunnen zijn tijdens een crisis.
Zijn conclusie is positief en praktisch: organisaties hoeven niet te kiezen tussen digitale soevereiniteit, innovatie en economische groei. Door systemen interoperabel, mobiel en hybride te ontwerpen, ontstaat juist meer handelingsruimte.
“Veerkracht is absoluut een voordeel als je mobiel en interoperabel bent en keuze hebt.” Uiteindelijk gaat het volgens Elsinga niet om een digitale bunker, maar om een organisatie die haar missie kan blijven uitvoeren. Zijn slotmetafoor vat dat krachtig samen: “De veiligste plek voor een schip is, denk ik, de haven.” Maar een schip is er om te varen. Digitale soevereiniteit krijgt daarmee pas echte waarde als zij organisaties helpt om veilig, innovatief en wendbaar in beweging te blijven.