AI-governance bepaalt in belangrijke mate welke impact kunstmatige intelligentie heeft. Niet de technologie zelf, maar de manier waarop mensen AI inzetten, controleren en verbinden met maatschappelijke en organisatorische doelen maakt uiteindelijk het verschil.
Tijdens het RightBrains Celebration Event 2026 liet Veronique Van Vlasselaer, Head of AI & Data Science, EMEA bij SAS, zien waarom AI veel meer is dan generatieve chatbots en productiviteitstools. Als Head of AI and Data Science bij SAS benadrukte zij dat AI al tientallen jaren organisaties helpt om patronen in data te herkennen en betere beslissingen te nemen. De volgende stap is volgens haar om AI veel strategischer in te zetten.
Menselijke keuzes
Van Vlasselaer ziet AI niet als vervanging van mensen, maar als een extra set hersenen die menselijke capaciteiten kan versterken. AI kan grote hoeveelheden informatie verwerken, patronen herkennen en medewerkers ondersteunen bij complexe beslissingen. De uiteindelijke verantwoordelijkheid blijft echter bij mensen.
Technologie die menselijke expertise versterkt in plaats van verdringt
Dat uitgangspunt komt sterk naar voren in een toepassing rond fraudedetectie. AI kan bijvoorbeeld miljoenen declaraties analyseren en verdachte documenten herkennen. Vervolgens krijgt een menselijke onderzoeker de relevante informatie en context aangereikt. De AI doet het voorbereidende werk, maar de onderzoeker neemt de uiteindelijke beslissing. Zo ontstaat technologie die menselijke expertise versterkt in plaats van verdringt.
Die benadering biedt ook maatschappelijke kansen. In een andere toepassing helpt AI sociale werkers om burgers te identificeren die mogelijk recht hebben op bepaalde voorzieningen. Het systeem combineert verschillende databronnen, gebruikt de beslislogica van professionals en legt uit waarom een bepaalde burger aandacht verdient. Daardoor kan technologie professionals helpen om mensen beter en gerichter te ondersteunen.
AI maakt eigen kennis belangrijker
Veronique Van Vlasselaer [foto: LinkedIn]
Volgens Van Vlasselaer ontstaat bovendien een nieuw onderscheid tussen organisaties. AI-technologie wordt steeds toegankelijker en daardoor steeds minder onderscheidend. De echte waarde zit in de eigen data, kennis, processen en besluitlogica van een organisatie.
Dat is belangrijk voor organisaties die AI strategisch willen inzetten. Een generiek model kan veel, maar kent niet automatisch de specifieke doelen, processen en expertise van een organisatie. Juist door die eigen kennis verantwoord aan AI te koppelen, kan technologie bijdragen aan unieke oplossingen.
Daarmee verschuift de aandacht van AI als individuele productiviteitstool naar AI als onderdeel van de organisatie. De vraag is dan niet alleen hoe medewerkers sneller kunnen schrijven, analyseren of samenvatten. De belangrijkere vraag wordt welke beslissingen bepalend zijn voor de organisatiedoelen en hoe AI die beslissingen beter kan ondersteunen.
Verantwoord AI-gebruik
Die ontwikkeling maakt AI-governance noodzakelijk. AI leert immers van data en kan patronen uit het verleden versterken. Wanneer historische data bestaande vooroordelen bevatten, kan AI die patronen op grote schaal reproduceren.
Van Vlasselaer noemt voorbeelden waarbij AI-systemen vrouwen of specifieke etnische groepen benadeelden. Het probleem zit volgens haar niet alleen in de technologie. AI versterkt patronen die mensen eerder in data hebben vastgelegd. Daarmee ligt een belangrijk deel van de verantwoordelijkheid bij de mensen en organisaties die AI ontwikkelen en gebruiken.
Tegelijkertijd ziet zij juist daarin een positieve kans. AI kan niet alleen bias versterken, maar ook helpen om vooroordelen zichtbaar te maken, te verminderen en uiteindelijk te beheersen. Daarvoor zijn wel kwalitatieve data, privacybescherming, uitlegbaarheid, robuustheid en menselijke controle nodig.
Positieve impact
Voor organisaties begint verantwoord AI-gebruik volgens Van Vlasselaer met zichtbaarheid. Je kunt immers niet besturen wat je niet ziet. Organisaties moeten daarom weten welke AI-systemen medewerkers gebruiken en welke systemen de organisatie zelf ontwikkelt. Vervolgens kunnen zij deze systemen toetsen aan interne beleidsregels, regelgeving en ethische uitgangspunten.
Governance moet geen obstakel zijn
Dat proces stopt niet na de implementatie. AI-systemen, data en toepassingen veranderen voortdurend. Daarom is AI-governance een doorlopend proces van monitoren, beoordelen en bijsturen.
De kern van Van Vlasselaers boodschap is daarmee opvallend positief. AI hoeft geen bedreiging te zijn voor menselijke creativiteit of maatschappelijke waarden. Met duidelijke doelen, eigen kennis, menselijke verantwoordelijkheid en goede governance kan AI juist helpen om betere beslissingen te nemen en maatschappelijke impact te vergroten. Zoals zij het zelf samenvat: “Governance moet geen obstakel zijn.”
AI-governance maakt AI menselijker en eerlijker
Verantwoorde AI begint bij mensen
AI-governance bepaalt in belangrijke mate welke impact kunstmatige intelligentie heeft. Niet de technologie zelf, maar de manier waarop mensen AI inzetten, controleren en verbinden met maatschappelijke en organisatorische doelen maakt uiteindelijk het verschil.
Tijdens het RightBrains Celebration Event 2026 liet Veronique Van Vlasselaer, Head of AI & Data Science, EMEA bij SAS, zien waarom AI veel meer is dan generatieve chatbots en productiviteitstools. Als Head of AI and Data Science bij SAS benadrukte zij dat AI al tientallen jaren organisaties helpt om patronen in data te herkennen en betere beslissingen te nemen. De volgende stap is volgens haar om AI veel strategischer in te zetten.
Menselijke keuzes
Van Vlasselaer ziet AI niet als vervanging van mensen, maar als een extra set hersenen die menselijke capaciteiten kan versterken. AI kan grote hoeveelheden informatie verwerken, patronen herkennen en medewerkers ondersteunen bij complexe beslissingen. De uiteindelijke verantwoordelijkheid blijft echter bij mensen.
Dat uitgangspunt komt sterk naar voren in een toepassing rond fraudedetectie. AI kan bijvoorbeeld miljoenen declaraties analyseren en verdachte documenten herkennen. Vervolgens krijgt een menselijke onderzoeker de relevante informatie en context aangereikt. De AI doet het voorbereidende werk, maar de onderzoeker neemt de uiteindelijke beslissing. Zo ontstaat technologie die menselijke expertise versterkt in plaats van verdringt.
Die benadering biedt ook maatschappelijke kansen. In een andere toepassing helpt AI sociale werkers om burgers te identificeren die mogelijk recht hebben op bepaalde voorzieningen. Het systeem combineert verschillende databronnen, gebruikt de beslislogica van professionals en legt uit waarom een bepaalde burger aandacht verdient. Daardoor kan technologie professionals helpen om mensen beter en gerichter te ondersteunen.
AI maakt eigen kennis belangrijker
Volgens Van Vlasselaer ontstaat bovendien een nieuw onderscheid tussen organisaties. AI-technologie wordt steeds toegankelijker en daardoor steeds minder onderscheidend. De echte waarde zit in de eigen data, kennis, processen en besluitlogica van een organisatie.
Dat is belangrijk voor organisaties die AI strategisch willen inzetten. Een generiek model kan veel, maar kent niet automatisch de specifieke doelen, processen en expertise van een organisatie. Juist door die eigen kennis verantwoord aan AI te koppelen, kan technologie bijdragen aan unieke oplossingen.
Daarmee verschuift de aandacht van AI als individuele productiviteitstool naar AI als onderdeel van de organisatie. De vraag is dan niet alleen hoe medewerkers sneller kunnen schrijven, analyseren of samenvatten. De belangrijkere vraag wordt welke beslissingen bepalend zijn voor de organisatiedoelen en hoe AI die beslissingen beter kan ondersteunen.
Verantwoord AI-gebruik
Die ontwikkeling maakt AI-governance noodzakelijk. AI leert immers van data en kan patronen uit het verleden versterken. Wanneer historische data bestaande vooroordelen bevatten, kan AI die patronen op grote schaal reproduceren.
Van Vlasselaer noemt voorbeelden waarbij AI-systemen vrouwen of specifieke etnische groepen benadeelden. Het probleem zit volgens haar niet alleen in de technologie. AI versterkt patronen die mensen eerder in data hebben vastgelegd. Daarmee ligt een belangrijk deel van de verantwoordelijkheid bij de mensen en organisaties die AI ontwikkelen en gebruiken.
Tegelijkertijd ziet zij juist daarin een positieve kans. AI kan niet alleen bias versterken, maar ook helpen om vooroordelen zichtbaar te maken, te verminderen en uiteindelijk te beheersen. Daarvoor zijn wel kwalitatieve data, privacybescherming, uitlegbaarheid, robuustheid en menselijke controle nodig.
Positieve impact
Voor organisaties begint verantwoord AI-gebruik volgens Van Vlasselaer met zichtbaarheid. Je kunt immers niet besturen wat je niet ziet. Organisaties moeten daarom weten welke AI-systemen medewerkers gebruiken en welke systemen de organisatie zelf ontwikkelt. Vervolgens kunnen zij deze systemen toetsen aan interne beleidsregels, regelgeving en ethische uitgangspunten.
Dat proces stopt niet na de implementatie. AI-systemen, data en toepassingen veranderen voortdurend. Daarom is AI-governance een doorlopend proces van monitoren, beoordelen en bijsturen.
De kern van Van Vlasselaers boodschap is daarmee opvallend positief. AI hoeft geen bedreiging te zijn voor menselijke creativiteit of maatschappelijke waarden. Met duidelijke doelen, eigen kennis, menselijke verantwoordelijkheid en goede governance kan AI juist helpen om betere beslissingen te nemen en maatschappelijke impact te vergroten. Zoals zij het zelf samenvat: “Governance moet geen obstakel zijn.”