AI-impact op werk wordt vaak besproken vanuit angst voor banenverlies. Tijdens zijn keynote ‘Wat een AI factory bouwer ziet, dat Sam en Dario liever verbergen’ zette Marco van Hurne dat dominante narratief op scherp. Niet door de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie te bagatelliseren, maar juist door te laten zien waar AI vandaag daadwerkelijk waarde toevoegt. Zijn boodschap was opvallend positief: organisaties die AI verstandig inzetten, creëren meer ruimte voor menselijk talent, verhogen hun productiviteit en verbeteren de kwaliteit van processen.
Wie het publieke debat over AI volgt, krijgt al snel de indruk dat een golf van werkloosheid onafwendbaar is. Grote technologiebedrijven, onderzoeksbureaus en consultants publiceren regelmatig voorspellingen over miljoenen banen die zouden verdwijnen. Tegelijkertijd zien steeds meer organisaties dat de praktijk een stuk genuanceerder is. Juist die spanning stond centraal in de keynote van Marco van Hurne tijdens Innovation Event 2026 van The Future Group, een IT-collectief waarin 350 onafhankelijke IT-professionals samenwerken.
Van functies naar taken
De kern van Van Hurnes verhaal is eenvoudig: AI vervangt momenteel vooral taken en niet complete beroepen. Dat onderscheid lijkt klein, maar heeft grote gevolgen voor hoe organisaties naar digitale transformatie moeten kijken.
Binnen organisaties bestaan functies uit tientallen of zelfs honderden verschillende activiteiten. Sommige daarvan zijn repetitief, voorspelbaar en administratief van aard. Andere vereisen context, ervaring, creativiteit, verantwoordelijkheid of menselijke interactie. Juist die eerste categorie blijkt geschikt voor automatisering.
Internationale onderzoeken
Deze visie sluit aan bij recente internationale onderzoeken. De International Labour Organization (ILO) concludeert dat generatieve AI vooral invloed heeft op specifieke taken binnen beroepen en veel minder op volledige functies. Volgens de organisatie zal AI in de meeste gevallen leiden tot taakverandering en productiviteitsverbetering, niet tot volledige vervanging van werknemers.
De grootste kansen niet liggen in het vervangen van medewerkers, maar in het slimmer organiseren van werk
Ook onderzoek van MIT wijst in dezelfde richting. Daaruit blijkt dat AI momenteel vooral effectief is bij tekstuele werkzaamheden en dat de impact op de arbeidsmarkt waarschijnlijk geleidelijk verloopt. De onderzoekers spreken nadrukkelijk niet over een plotselinge ‘AI-apocalyps’, maar over een stapsgewijze transformatie van werk.
Voor organisaties betekent dit dat de grootste kansen niet liggen in het vervangen van medewerkers, maar in het slimmer organiseren van werk.
AI-impact ontstaat door productiviteit
Marco van Hurne
Als AI geen massale banenvernietiger is, waar zit dan de echte waarde? Volgens Van Hurne vooral in productiviteit. Hij bouwt AI-fabrieken voor grootschalige bedrijfsprocessen en kijkt daarbij niet naar theoretische mogelijkheden, maar naar praktische toepasbaarheid. Vanuit die ervaring ziet hij dat AI vooral succesvol is bij processen met een hoog volume en een relatief laag risico.
Denk aan administratieve handelingen, documentverwerking, rapportages, kennisontsluiting of ondersteunende werkzaamheden binnen klantenservice, finance en operations. Juist daar ontstaan forse efficiëntiewinsten. Medewerkers besteden minder tijd aan routinematige taken en kunnen zich richten op werkzaamheden waar menselijke expertise daadwerkelijk verschil maakt.
Geen grootschalige vervanging personeel
Dat beeld wordt ondersteund door recente onderzoeken naar de arbeidsmarkt. Onder meer de OECD concludeert dat generatieve AI momenteel vooral specifieke taken binnen functies automatiseert en werknemers ondersteunt bij delen van hun werk, in plaats van complete beroepen te vervangen. Daardoor ontstaan de grootste economische effecten vooralsnog via productiviteitsverbetering, taakoptimalisatie en mens-AI-samenwerking.
Voor veel organisaties is dat goed nieuws. In een arbeidsmarkt die kampt met personeelstekorten vormt AI eerder een antwoord op capaciteitsproblemen dan een bedreiging voor werkgelegenheid.
AI-impact verandert organisatiestructuren
Dat betekent niet dat er niets verandert. Vooral aan de onderkant van kennisintensieve functies ziet Van Hurne wel degelijk verschuivingen ontstaan. Junior consultants, beginnende juristen, starters in marketing en jonge softwareontwikkelaars krijgen te maken met werkzaamheden die steeds vaker door AI kunnen worden ondersteund.
Er ontstaan nieuwe functies rondom AI-governance, procesoptimalisatie, datakwaliteit en mens-machine-samenwerking
Dat vraagt om een andere manier van opleiden en ontwikkelen. Waar junior medewerkers vroeger ervaring opdeden met relatief eenvoudige taken, moeten organisaties nu nadenken over nieuwe leerpaden. De uitdaging verschuift van het uitvoeren van routinematig werk naar het ontwikkelen van analytisch vermogen, kritisch denken en domeinkennis.
Tegelijkertijd ontstaan nieuwe functies rondom AI-governance, procesoptimalisatie, datakwaliteit en mens-machine-samenwerking. De geschiedenis van technologie laat immers zien dat automatisering niet alleen banen verandert, maar ook nieuwe rollen creëert. De ILO benadrukt dat AI naast risico’s juist aanzienlijke kansen biedt voor nieuwe werkgelegenheid en economische groei.
AI-impact vraagt om realisme
Marco van Hurne
Een belangrijk onderdeel van Van Hurnes keynote was zijn kritiek op het idee dat AI vandaag al vrijwel alles kan. In de praktijk lopen organisaties tegen beperkingen aan. Generatieve AI-systemen produceren nog steeds fouten. Ze kunnen hallucineren, inconsistent reageren of conclusies trekken die niet controleerbaar zijn. Voor processen waarbij veiligheid, compliance, juridische zekerheid of financiële betrouwbaarheid cruciaal zijn, vormt dat een serieus aandachtspunt.
Daarom ziet Van Hurne veel succes in wat hij omschrijft als ‘praktische AI’. Niet de spectaculaire demonstraties die sociale media domineren, maar oplossingen die aantoonbaar waarde leveren binnen bestaande bedrijfsprocessen. Dat sluit aan bij ontwikkelingen die momenteel zichtbaar zijn in het bedrijfsleven. Organisaties verschuiven steeds meer van experimenteren naar gecontroleerde implementatie van AI binnen concrete werkprocessen. De grootste impact ontstaat niet door zo veel mogelijk AI toe te voegen, maar door technologie te koppelen aan duidelijke bedrijfsdoelen.
AI-impact om mensgerichte implementatie
Misschien wel de belangrijkste les uit de keynote is dat technologie nooit op zichzelf staat. Succesvolle AI-implementaties draaien uiteindelijk om mensen. Medewerkers moeten begrijpen hoe systemen werken, waar de beperkingen liggen en hoe ze AI verantwoord kunnen inzetten.
Onderzoek van het Institute for Public Policy Research laat zien dat werknemers AI positiever ervaren wanneer de technologie wordt ingezet als ondersteuning van hun werk in plaats van als vervanging. De manier waarop organisaties AI introduceren blijkt daarmee minstens zo belangrijk als de technologie zelf.
Wie AI presenteert als een instrument om kosten te besparen en personeel te reduceren, creëert weerstand. Wie AI inzet om medewerkers effectiever, creatiever en productiever te maken, creëert draagvlak. Dat verschil bepaalt uiteindelijk het succes van digitale transformatie.
AI-impact wordt bepaald door keuzes
De discussie over AI gaat uiteindelijk niet alleen over technologie. Ze gaat over keuzes. Welke processen willen organisaties automatiseren? Welke verantwoordelijkheden blijven bij mensen? Hoe richten we werk opnieuw in? En hoe zorgen we ervoor dat productiviteitswinst leidt tot meer waarde voor medewerkers, klanten en de samenleving? Het antwoord op die vragen bepaalt hoe de toekomst eruitziet.
AI verandert werk. Daar bestaat weinig twijfel over
De keynote van Marco van Hurne biedt daarbij een nuttig tegenwicht voor de vaak extreme voorspellingen die het publieke debat domineren. Niet omdat risico’s ontbreken, maar omdat de werkelijkheid complexer is dan de krantenkoppen suggereren.
AI verandert werk. Daar bestaat weinig twijfel over. Maar de grootste kans ligt niet in het vervangen van mensen. De grootste kans ligt in het versterken van mensen. Organisaties die dat uitgangspunt hanteren, zullen waarschijnlijk ontdekken dat AI niet het einde van werk markeert, maar het begin van een nieuwe manier van werken.
Waarom sommige AI-bedrijven het banenverlies benadrukken
Marco van Hurne
Tijdens zijn keynote plaatste Marco van Hurne een interessante kanttekening bij de publieke discussie over AI en werkgelegenheid. Volgens hem hebben grote AI-leveranciers er belang bij om de maatschappelijke impact van kunstmatige intelligentie zo groot mogelijk te presenteren. Niet noodzakelijk omdat hun voorspellingen onjuist zijn, maar omdat hoge verwachtingen bijdragen aan investeringen, beurswaarderingen en toegang tot kapitaal.
Bedrijven als OpenAI, Anthropic en andere ontwikkelaars van zogeheten frontier-modellen investeren tientallen miljarden euro’s in nieuwe infrastructuur, datacenters en rekenkracht. Om die investeringen te financieren, zijn zij afhankelijk van investeerders die geloven in een toekomst waarin AI een fundamentele economische revolutie veroorzaakt.
Dat betekent niet dat AI geen impact heeft. Die impact is er zeker. Wel laat recent onderzoek van onder meer MIT en de International Labour Organization zien dat de huidige effecten vooral zichtbaar zijn op taakniveau en veel minder op het niveau van volledige beroepen. Voor organisaties is daarom vooral de praktische vraag relevant: hoe kan AI vandaag concrete waarde toevoegen? Juist daar ligt volgens Van Hurne de grootste kans.
AI-impact op werk: voorbij de angst en richting waarde
Waarom AI vooral organisaties sterker maakt
AI-impact op werk wordt vaak besproken vanuit angst voor banenverlies. Tijdens zijn keynote ‘Wat een AI factory bouwer ziet, dat Sam en Dario liever verbergen’ zette Marco van Hurne dat dominante narratief op scherp. Niet door de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie te bagatelliseren, maar juist door te laten zien waar AI vandaag daadwerkelijk waarde toevoegt. Zijn boodschap was opvallend positief: organisaties die AI verstandig inzetten, creëren meer ruimte voor menselijk talent, verhogen hun productiviteit en verbeteren de kwaliteit van processen.
Wie het publieke debat over AI volgt, krijgt al snel de indruk dat een golf van werkloosheid onafwendbaar is. Grote technologiebedrijven, onderzoeksbureaus en consultants publiceren regelmatig voorspellingen over miljoenen banen die zouden verdwijnen. Tegelijkertijd zien steeds meer organisaties dat de praktijk een stuk genuanceerder is. Juist die spanning stond centraal in de keynote van Marco van Hurne tijdens Innovation Event 2026 van The Future Group, een IT-collectief waarin 350 onafhankelijke IT-professionals samenwerken.
Van functies naar taken
De kern van Van Hurnes verhaal is eenvoudig: AI vervangt momenteel vooral taken en niet complete beroepen. Dat onderscheid lijkt klein, maar heeft grote gevolgen voor hoe organisaties naar digitale transformatie moeten kijken.
Binnen organisaties bestaan functies uit tientallen of zelfs honderden verschillende activiteiten. Sommige daarvan zijn repetitief, voorspelbaar en administratief van aard. Andere vereisen context, ervaring, creativiteit, verantwoordelijkheid of menselijke interactie. Juist die eerste categorie blijkt geschikt voor automatisering.
Internationale onderzoeken
Deze visie sluit aan bij recente internationale onderzoeken. De International Labour Organization (ILO) concludeert dat generatieve AI vooral invloed heeft op specifieke taken binnen beroepen en veel minder op volledige functies. Volgens de organisatie zal AI in de meeste gevallen leiden tot taakverandering en productiviteitsverbetering, niet tot volledige vervanging van werknemers.
Ook onderzoek van MIT wijst in dezelfde richting. Daaruit blijkt dat AI momenteel vooral effectief is bij tekstuele werkzaamheden en dat de impact op de arbeidsmarkt waarschijnlijk geleidelijk verloopt. De onderzoekers spreken nadrukkelijk niet over een plotselinge ‘AI-apocalyps’, maar over een stapsgewijze transformatie van werk.
Voor organisaties betekent dit dat de grootste kansen niet liggen in het vervangen van medewerkers, maar in het slimmer organiseren van werk.
AI-impact ontstaat door productiviteit
Als AI geen massale banenvernietiger is, waar zit dan de echte waarde? Volgens Van Hurne vooral in productiviteit. Hij bouwt AI-fabrieken voor grootschalige bedrijfsprocessen en kijkt daarbij niet naar theoretische mogelijkheden, maar naar praktische toepasbaarheid. Vanuit die ervaring ziet hij dat AI vooral succesvol is bij processen met een hoog volume en een relatief laag risico.
Denk aan administratieve handelingen, documentverwerking, rapportages, kennisontsluiting of ondersteunende werkzaamheden binnen klantenservice, finance en operations. Juist daar ontstaan forse efficiëntiewinsten. Medewerkers besteden minder tijd aan routinematige taken en kunnen zich richten op werkzaamheden waar menselijke expertise daadwerkelijk verschil maakt.
Geen grootschalige vervanging personeel
Dat beeld wordt ondersteund door recente onderzoeken naar de arbeidsmarkt. Onder meer de OECD concludeert dat generatieve AI momenteel vooral specifieke taken binnen functies automatiseert en werknemers ondersteunt bij delen van hun werk, in plaats van complete beroepen te vervangen. Daardoor ontstaan de grootste economische effecten vooralsnog via productiviteitsverbetering, taakoptimalisatie en mens-AI-samenwerking.
Voor veel organisaties is dat goed nieuws. In een arbeidsmarkt die kampt met personeelstekorten vormt AI eerder een antwoord op capaciteitsproblemen dan een bedreiging voor werkgelegenheid.
AI-impact verandert organisatiestructuren
Dat betekent niet dat er niets verandert. Vooral aan de onderkant van kennisintensieve functies ziet Van Hurne wel degelijk verschuivingen ontstaan. Junior consultants, beginnende juristen, starters in marketing en jonge softwareontwikkelaars krijgen te maken met werkzaamheden die steeds vaker door AI kunnen worden ondersteund.
Dat vraagt om een andere manier van opleiden en ontwikkelen. Waar junior medewerkers vroeger ervaring opdeden met relatief eenvoudige taken, moeten organisaties nu nadenken over nieuwe leerpaden. De uitdaging verschuift van het uitvoeren van routinematig werk naar het ontwikkelen van analytisch vermogen, kritisch denken en domeinkennis.
Tegelijkertijd ontstaan nieuwe functies rondom AI-governance, procesoptimalisatie, datakwaliteit en mens-machine-samenwerking. De geschiedenis van technologie laat immers zien dat automatisering niet alleen banen verandert, maar ook nieuwe rollen creëert. De ILO benadrukt dat AI naast risico’s juist aanzienlijke kansen biedt voor nieuwe werkgelegenheid en economische groei.
AI-impact vraagt om realisme
Een belangrijk onderdeel van Van Hurnes keynote was zijn kritiek op het idee dat AI vandaag al vrijwel alles kan. In de praktijk lopen organisaties tegen beperkingen aan. Generatieve AI-systemen produceren nog steeds fouten. Ze kunnen hallucineren, inconsistent reageren of conclusies trekken die niet controleerbaar zijn. Voor processen waarbij veiligheid, compliance, juridische zekerheid of financiële betrouwbaarheid cruciaal zijn, vormt dat een serieus aandachtspunt.
Daarom ziet Van Hurne veel succes in wat hij omschrijft als ‘praktische AI’. Niet de spectaculaire demonstraties die sociale media domineren, maar oplossingen die aantoonbaar waarde leveren binnen bestaande bedrijfsprocessen. Dat sluit aan bij ontwikkelingen die momenteel zichtbaar zijn in het bedrijfsleven. Organisaties verschuiven steeds meer van experimenteren naar gecontroleerde implementatie van AI binnen concrete werkprocessen. De grootste impact ontstaat niet door zo veel mogelijk AI toe te voegen, maar door technologie te koppelen aan duidelijke bedrijfsdoelen.
AI-impact om mensgerichte implementatie
Misschien wel de belangrijkste les uit de keynote is dat technologie nooit op zichzelf staat. Succesvolle AI-implementaties draaien uiteindelijk om mensen. Medewerkers moeten begrijpen hoe systemen werken, waar de beperkingen liggen en hoe ze AI verantwoord kunnen inzetten.
Onderzoek van het Institute for Public Policy Research laat zien dat werknemers AI positiever ervaren wanneer de technologie wordt ingezet als ondersteuning van hun werk in plaats van als vervanging. De manier waarop organisaties AI introduceren blijkt daarmee minstens zo belangrijk als de technologie zelf.
Wie AI presenteert als een instrument om kosten te besparen en personeel te reduceren, creëert weerstand. Wie AI inzet om medewerkers effectiever, creatiever en productiever te maken, creëert draagvlak. Dat verschil bepaalt uiteindelijk het succes van digitale transformatie.
AI-impact wordt bepaald door keuzes
De discussie over AI gaat uiteindelijk niet alleen over technologie. Ze gaat over keuzes. Welke processen willen organisaties automatiseren? Welke verantwoordelijkheden blijven bij mensen? Hoe richten we werk opnieuw in? En hoe zorgen we ervoor dat productiviteitswinst leidt tot meer waarde voor medewerkers, klanten en de samenleving? Het antwoord op die vragen bepaalt hoe de toekomst eruitziet.
De keynote van Marco van Hurne biedt daarbij een nuttig tegenwicht voor de vaak extreme voorspellingen die het publieke debat domineren. Niet omdat risico’s ontbreken, maar omdat de werkelijkheid complexer is dan de krantenkoppen suggereren.
AI verandert werk. Daar bestaat weinig twijfel over. Maar de grootste kans ligt niet in het vervangen van mensen. De grootste kans ligt in het versterken van mensen. Organisaties die dat uitgangspunt hanteren, zullen waarschijnlijk ontdekken dat AI niet het einde van werk markeert, maar het begin van een nieuwe manier van werken.
Waarom sommige AI-bedrijven het banenverlies benadrukken
Tijdens zijn keynote plaatste Marco van Hurne een interessante kanttekening bij de publieke discussie over AI en werkgelegenheid. Volgens hem hebben grote AI-leveranciers er belang bij om de maatschappelijke impact van kunstmatige intelligentie zo groot mogelijk te presenteren. Niet noodzakelijk omdat hun voorspellingen onjuist zijn, maar omdat hoge verwachtingen bijdragen aan investeringen, beurswaarderingen en toegang tot kapitaal.
Bedrijven als OpenAI, Anthropic en andere ontwikkelaars van zogeheten frontier-modellen investeren tientallen miljarden euro’s in nieuwe infrastructuur, datacenters en rekenkracht. Om die investeringen te financieren, zijn zij afhankelijk van investeerders die geloven in een toekomst waarin AI een fundamentele economische revolutie veroorzaakt.
Dat betekent niet dat AI geen impact heeft. Die impact is er zeker. Wel laat recent onderzoek van onder meer MIT en de International Labour Organization zien dat de huidige effecten vooral zichtbaar zijn op taakniveau en veel minder op het niveau van volledige beroepen. Voor organisaties is daarom vooral de praktische vraag relevant: hoe kan AI vandaag concrete waarde toevoegen? Juist daar ligt volgens Van Hurne de grootste kans.