The SparQle
  • Impact Stories
  • Digital Impact Makers
  • Thema’s
    • Digitale samenleving & ethiek
      • Digitale identiteit & vertrouwen
      • Digitale inclusie & toegankelijkheid
      • Ethische technologie & AI
      • Privacy & digitale rechten
    • Digitale soevereiniteit & economie
      • Blockchain & digitale waarde
      • Cybersecurity & nationale veiligheid
      • Data soevereiniteit & governance
      • Europese cloud & infrastructuur
    • Duurzame digitalisering & ecologie
      • Circulaire IT & duurzame inkoop
      • Green IT & CO₂-reductie
      • Meetbaarheid & rapportage (ESG/CSRD)
      • Smart cities & digitale duurzaamheid
    • Innovatie & maatschappelijke impact
      • Innovatie & ESG
      • Innovatieve technologieën
      • Startups & ondernemerschap met impact
      • Toepassingen in sectoren
    • Transparantie & verantwoord digitaliseren
      • AI governance & regelgeving
      • Data-ethiek & verantwoord gebruik
      • ESG/CSRD & rapportage
      • Transparantie & open standaarden
  • Dossiers
    • Vast in de cloud
      • De weg uit de soevereine impasse (#1)
      • Dit zijn de vijf wegen vooruit (#2)
      • Drie mythes die verlammen (#3)
      • 90% van data wordt vergeten (#4)
      • “Van bondgenoot naar vazal” (#5)
    • Digitale autonomie in actie
      • ICC ruilt Microsoft Office in
      • Zo krijg je grip op Big Tech
      • DCC geeft goede voorbeeld
      • Soevereine back-up in zorg
  • Contact
  • Doe mee met The SparQle!
Vrijheid digitale autonomie

Universiteit Utrecht meet digitale autonomie

By Sander Hulsman on 10 juni 2026

Waarom een autonomiescore steeds belangrijker wordt

Digitale autonomie staat hoog op de agenda van overheden, onderwijsinstellingen en bedrijven. Toch blijft het voor veel organisaties lastig om vast te stellen hoe afhankelijk zij werkelijk zijn van leveranciers, cloudplatformen en buitenlandse technologie. De introductie van een autonomiescore door de Universiteit Utrecht brengt daar verandering in. Met een framework van 22 vragen ontstaat een meetbare aanpak voor digitale autonomie. Daarmee verschuift het debat van abstracte principes naar concrete stuurinformatie.

Digitale soevereiniteit en digitale autonomie worden vaak gebruikt als beleidsbegrippen. Bestuurders spreken over regie, keuzevrijheid en publieke waarden. In de praktijk blijkt het echter lastig om die uitgangspunten te vertalen naar meetbare doelstellingen. Organisaties weten meestal wel dat zij afhankelijk zijn van softwareleveranciers, hyperscalers en platformaanbieders. Minder duidelijk is hoe groot die afhankelijkheid precies is en welke risico’s daaruit voortkomen.

Daarom trekt het initiatief van de Universiteit Utrecht veel aandacht binnen onderwijs, overheid en andere publieke sectoren. De instelling ontwikkelde een meetinstrument waarmee organisaties hun applicaties kunnen beoordelen op digitale autonomie. Het resultaat is een autonomiescore die inzicht geeft in kwetsbaarheden, afhankelijkheden en mogelijke verbeteringen. Daarmee ontstaat een nieuwe benadering van digitale autonomie: niet langer als visie, maar als meetbaar organisatiedoel.

Digitale autonomie als strategisch vraagstuk

Digitale autonomie draait om het vermogen van organisaties om zelfstandig keuzes te maken over technologie, data en digitale infrastructuur. Daarbij gaat het niet alleen om technische onafhankelijkheid. Ook juridische, economische en geopolitieke factoren spelen een rol.

Volgens de Universiteit Utrecht betekent digitale autonomie dat een organisatie zelfstandig richting kan geven aan haar primaire processen, vrij van ongewenste technologische beïnvloeding, beschermd tegen geopolitieke risico’s en met de mogelijkheid om op elk moment van leverancier te wisselen.

Publieke instellingen die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid willen combineren met digitale weerbaarheid

Die definitie sluit aan bij een bredere ontwikkeling die in heel Europa zichtbaar is. Organisaties kijken kritischer naar hun afhankelijkheid van grote technologiebedrijven. Daarbij spelen verschillende factoren een rol. Geopolitieke spanningen nemen toe. Europese regelgeving wordt strenger. Data krijgt een steeds grotere strategische waarde. Daarnaast groeit de zorg over lock-ins, waarbij organisaties feitelijk niet meer kunnen overstappen naar alternatieve leveranciers.

De discussie wordt bovendien gevoed door publieke instellingen die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid willen combineren met digitale weerbaarheid. Binnen het Nederlandse onderwijs werkt SURF bijvoorbeeld actief aan vraagstukken rond publieke waarden, autonomie en technologische afhankelijkheid.

Autonomiescore brengt afhankelijkheden in kaart

Checklist quick scan digitale autonomie
[Afbeelding: Gerd Altmann | Pixabay]

Het Utrecht University Digital Autonomy Assessment Framework, kortweg DAAF, probeert een antwoord te geven op een fundamentele vraag: hoe meet je digitale autonomie? De ontwikkelaars kozen voor een praktische aanpak. Organisaties beoordelen individuele applicaties aan de hand van 22 vragen. Voor een eerste inventarisatie bestaat daarnaast een verkorte quickscan met negen vragen. De vragen richten zich op risico’s, afhankelijkheden, exporteerbaarheid van data, contractuele voorwaarden, geopolitieke aspecten en de strategische relevantie van een applicatie voor de organisatie.

Op basis van de antwoorden ontstaat een autonomiescore. Die score plaatst een applicatie in een van vier categorieën. Daarmee wordt zichtbaar welke systemen relatief weinig risico vormen en welke applicaties extra aandacht verdienen. Tegelijkertijd geeft het framework suggesties om risico’s te verkleinen. Dat kan variëren van betere back-upvoorzieningen tot verbeterde exitstrategieën of aanvullende kennisontwikkeling binnen de organisatie. Dat laatste is een belangrijk verschil met traditionele risicoanalyses. Het framework kijkt niet uitsluitend naar bedreigingen, maar ook naar concrete handelingsopties.

Digitale autonomie wordt bestuursinformatie

Een van de meest interessante aspecten van het framework is dat het digitale autonomie vertaalt naar bestuurlijke stuurinformatie. Veel organisaties beschikken inmiddels over dashboards voor cybersecurity, compliance, duurzaamheid en financiële prestaties. Digitale autonomie ontbreekt daar meestal nog. Bestuurders weten vaak niet welke systemen het meest afhankelijk zijn van specifieke leveranciers of welke applicaties een potentieel risico vormen bij geopolitieke veranderingen.

Door autonomie te meten ontstaat een nieuw perspectief op governance

Door autonomie te meten ontstaat een nieuw perspectief op governance. Organisaties kunnen prioriteiten stellen. Ze kunnen risico’s vergelijken. Ze kunnen investeringen beter onderbouwen. En ze kunnen verantwoording afleggen aan toezichthouders, stakeholders en beleidsmakers.

De ontwikkeling past in een bredere beweging waarbij digitale vraagstukken steeds vaker op bestuursniveau worden besproken. Wat vroeger werd gezien als een technisch onderwerp, ontwikkelt zich tot een strategisch thema dat direct raakt aan continuiteit, innovatievermogen en maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Europese beweging richting digitale soevereiniteit

Europa Agentic AI Foundation digitale toegankelijkheid cloud soevereiniteit in Europa
[Foto: Jeyaratnam Caniceus | Pixabay]

De timing van het initiatief is opvallend. In heel Europa groeit de aandacht voor digitale soevereiniteit. Europese beleidsmakers investeren in cloudalternatieven, dataspaces, open standaarden en digitale infrastructuren die minder afhankelijk zijn van niet-Europese aanbieders. Tegelijkertijd groeit de belangstelling voor open source-oplossingen als middel om meer keuzevrijheid en transparantie te creëren.

Ook binnen het Nederlandse onderwijs wordt actief geëxperimenteerd met alternatieven. De Universiteit Utrecht noemt onder meer pilots met Nextcloud en Proxmox als voorbeelden van initiatieven die bijdragen aan meer digitale autonomie. Dat betekent niet dat organisaties volledig afscheid moeten nemen van grote internationale technologiebedrijven. De ontwikkelaars van het framework benadrukken juist dat digitale autonomie niet hetzelfde is als technologische isolatie. Het gaat om het behouden van keuzevrijheid en handelingsruimte. Een organisatie kan bewust kiezen voor een bepaalde leverancier, zolang die keuze niet uitmondt in een onomkeerbare afhankelijkheid.

Van onderbuikgevoel naar meetbaarheid

Een terugkerend probleem binnen discussies over digitale soevereiniteit is het gebrek aan meetbaarheid. Veel organisaties voelen dat zij afhankelijk zijn geworden van specifieke leveranciers. Vaak ontbreekt echter een objectieve methode om die afhankelijkheid vast te stellen. Daardoor blijven gesprekken steken in meningen, aannames of politieke voorkeuren. Het Utrechtse framework probeert dat patroon te doorbreken. De initiatiefnemers omschrijven het zelf als een hulpmiddel om digitale autonomie meetbaarder te maken dan alleen het onderbuikgevoel.

Er ontstaat een beter beeld van de werkelijke situatie

Dat maakt het initiatief relevant buiten het onderwijs. Ook gemeenten, ministeries, zorginstellingen en bedrijven worstelen met vergelijkbare vraagstukken. Welke leveranciers zijn cruciaal voor de continuiteit van processen? Hoe eenvoudig kan data worden gemigreerd? Welke geopolitieke risico’s spelen een rol? En hoeveel kennis heeft de organisatie zelf nog in huis? Door deze vragen systematisch te beantwoorden ontstaat een beter beeld van de werkelijke situatie.

Open source versnelt adoptie

Open source software Digitale soevereiniteit
[Afbeelding: Markus Winkler | Pixabay]

Een tweede factor achter de belangstelling is de keuze om het framework open beschikbaar te maken. De Universiteit Utrecht heeft het model als open source gepubliceerd. Daardoor kunnen andere organisaties het framework gebruiken, aanpassen en verder ontwikkelen. Volgens de initiatiefnemers sluit dat aan bij het idee dat digitale autonomie een collectieve opgave is en geen individueel project van een enkele organisatie.

Die open benadering past binnen een bredere Europese trend. Organisaties zoeken steeds vaker samenwerking rond standaarden, governance en digitale infrastructuur. De gedachte daarachter is eenvoudig. Individuele organisaties kunnen hun autonomie vergroten, maar echte weerbaarheid ontstaat pas wanneer ecosystemen gezamenlijk optrekken.

Autonomiescore als nieuwe KPI

De belangrijkste vraag is misschien niet hoe organisaties vandaag scoren, maar welke rol een autonomiescore in de toekomst gaat spelen. Steeds meer organisaties rapporteren over duurzaamheid, cybersecurity en compliance. Het is niet ondenkbaar dat digitale autonomie daar de komende jaren aan wordt toegevoegd. Zeker in sectoren waar publieke waarden, kritieke processen of gevoelige data een belangrijke rol spelen.

Digitale autonomie verschuift van abstract beleidsbegrip naar concreet stuurmechanisme

Een autonomiescore kan dan uitgroeien tot een nieuwe KPI voor digitale governance. Niet als doel op zich, maar als instrument om afhankelijkheden inzichtelijk te maken en gerichte verbeteringen door te voeren. Daarmee raakt het initiatief van de Universiteit Utrecht aan een veel grotere ontwikkeling. Digitale autonomie verschuift van abstract beleidsbegrip naar concreet stuurmechanisme. Dat maakt het onderwerp relevanter dan ooit.

De echte waarde van de autonomiescore zit dan ook niet in de 22 vragen zelf. Die waarde ligt in het feit dat organisaties eindelijk een instrument krijgen om een complex vraagstuk meetbaar te maken. En wat meetbaar wordt, kan worden bestuurd, verbeterd en verantwoord. Juist daarom kan deze aanpak uitgroeien tot een belangrijk referentiepunt binnen het Nederlandse en Europese debat over digitale soevereiniteit.

Cyber securityData soevereiniteitDigitale governanceEuropese cloudOpen sourceOpen standaardenPrivacyTransparantie
Posted in AI governance & regelgeving, Data soevereiniteit & governance, Digitale soevereiniteit & economie, Europese cloud & infrastructuur, Innovatie & maatschappelijke impact, Transparantie & open standaarden, Transparantie & verantwoord digitaliseren.
Share
PreviousDatagedreven werken? Verantwoord databeheer!
NextData-ethiek vraagt om bestuurlijk leiderschap
Tekengebied 3
  • Contact
  • Updates
  • Doe mee!
  • Disclaimer
  • Algemene Voorwaarden
  • Privacy
Alle intellectuele eigendomsrechten op de inhoud van deze website, waaronder teksten, afbeeldingen, logo’s en grafische elementen, berusten bij The SparQle, tenzij anders vermeld. Het is niet toegestaan om materiaal van deze website te kopiëren, verspreiden of te gebruiken zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van The SparQle.
© 2026 SparQle Media
  • Impact Stories
  • Digital Impact Makers
  • Thema’s
    • Digitale samenleving & ethiek
      • Digitale identiteit & vertrouwen
      • Digitale inclusie & toegankelijkheid
      • Ethische technologie & AI
      • Privacy & digitale rechten
    • Digitale soevereiniteit & economie
      • Blockchain & digitale waarde
      • Cybersecurity & nationale veiligheid
      • Data soevereiniteit & governance
      • Europese cloud & infrastructuur
    • Duurzame digitalisering & ecologie
      • Circulaire IT & duurzame inkoop
      • Green IT & CO₂-reductie
      • Meetbaarheid & rapportage (ESG/CSRD)
      • Smart cities & digitale duurzaamheid
    • Innovatie & maatschappelijke impact
      • Innovatie & ESG
      • Innovatieve technologieën
      • Startups & ondernemerschap met impact
      • Toepassingen in sectoren
    • Transparantie & verantwoord digitaliseren
      • AI governance & regelgeving
      • Data-ethiek & verantwoord gebruik
      • ESG/CSRD & rapportage
      • Transparantie & open standaarden
  • Dossiers
    • Vast in de cloud
      • De weg uit de soevereine impasse (#1)
      • Dit zijn de vijf wegen vooruit (#2)
      • Drie mythes die verlammen (#3)
      • 90% van data wordt vergeten (#4)
      • “Van bondgenoot naar vazal” (#5)
    • Digitale autonomie in actie
      • ICC ruilt Microsoft Office in
      • Zo krijg je grip op Big Tech
      • DCC geeft goede voorbeeld
      • Soevereine back-up in zorg
  • Contact
  • Doe mee met The SparQle!