Digitale soevereiniteit staat centraal in het Europese industriebeleid, en volgens Dragos Tudorache, diplomatiek adviseur aan EVP Stéphane Séjourné van de Europese Commissie, is het geen abstract politiek ideaal maar een concreet industrieproject dat nu vorm moet krijgen. Tijdens een gesprek op het event ‘Rebuilding Europe’s Sovereignty’ schetst hij hoe Europa balanceert tussen open economie en strategische bescherming, en waarom samenwerking met industrie cruciaal is om echt snelheid te maken.
De Europese Unie bevindt zich op een kantelpunt. Waar digitalisering jarenlang als een apart beleidsdomein werd gezien, schuift het nu naar de kern van de industriële strategie. Technologieën zoals AI raken alle sectoren, van defensie tot maakindustrie. Dat vraagt om een fundamenteel andere benadering van beleid, samenwerking en economische positionering.
Digitale soevereiniteit verandert perspectief
Dragos Tudorache ziet een duidelijke verschuiving in hoe Europa naar zichzelf kijkt. Hij verwijst naar recente internationale ontmoetingen waar de toon merkbaar veranderde. “Vorig jaar heerste er vooral pessimisme. Europese bedrijven en internationale partners zagen vooral wat er misging. Dit jaar zie je een ander beeld ontstaan.”
Volgens hem groeit het besef dat Europa wel degelijk richting heeft. Er ontstaat stabiliteit en een duidelijker economisch kompas. Dat vertaalt zich ook in investeringsbereidheid. Niet alleen Europese bedrijven tonen opnieuw vertrouwen, ook Amerikaanse bedrijven blijven investeren of verkennen nieuwe kansen.
Europa heeft een plek in de toekomstige wereldeconomie
“Er is nog geen sprake van puur optimisme,” zegt Tudorache, “maar wel van een groeiend vertrouwen dat Europa een plek heeft in de toekomstige wereldeconomie.”
Die verschuiving markeert een belangrijk moment. Niet omdat alle problemen opgelost zijn, maar omdat het narratief verandert. Europa positioneert zich minder als volger en meer als actor met eigen keuzes.
Industriebeleid digitale soevereiniteit
Voor Tudorache is digitale soevereiniteit onlosmakelijk verbonden met industriebeleid. Hij benadrukt dat technologie geen geïsoleerd domein meer is. “”AI is een all-purpose technologie. Het zit in elke sector. Je kunt het niet meer apart behandelen.”
Daarom kiest de Europese Commissie voor een sectorgerichte aanpak. In plaats van generieke beleidskaders richt zij zich op specifieke industrieën die onder druk staan, zoals automotive, staal en chemie. Digitale technologie wordt daar integraal onderdeel van.
Deze aanpak betekent ook een andere rolverdeling tussen overheid en markt. Waar beleidsmakers eerder dachten de juiste richting te kunnen bepalen, verschuift dat nu naar een model van co-creatie.
“Wij hebben niet alle antwoorden,” zegt Tudorache. “Als we effectieve oplossingen willen, moeten die uit de industrie zelf komen.”
Dat klinkt eenvoudig, maar betekent in praktijk een ingrijpende verandering. Beleidsvorming wordt minder top-down en meer iteratief. Bedrijven leveren input, overheden faciliteren en sturen bij.
Versnellen groei in EU
Een van de grootste uitdagingen blijft tempo. Ondanks brede consensus over de richting, blijft concrete actie vaak achter. Tudorache erkent dat probleem impliciet.
Volgens hem ligt de sleutel in vraagcreatie. Regulering alleen is niet genoeg om innovatie en groei te stimuleren. “Industrie komt pas in beweging als er vraag is. Zonder vraag geen schaal, zonder schaal geen groei.”
De Europese Commissie kijkt nadrukkelijk naar instrumenten die vraag stimuleren
Dat inzicht raakt de kern van het Europese dilemma. De EU heeft sterke regels en ambities, maar mist soms de marktmechanismen die bedrijven daadwerkelijk laten opschalen.
Daarom kijkt de Commissie nadrukkelijk naar instrumenten die vraag stimuleren, zoals publieke aanbestedingen, investeringsprogramma’s en strategische voorkeuren voor Europese oplossingen.
Tegelijkertijd blijft samenwerking cruciaal. Niet alleen tussen bedrijven onderling, maar ook tussen publieke en private partijen. Tudorache ziet dat als een gedeelde verantwoordelijkheid.
Geopolitiek dwingt tot economische keuzes
De veranderende wereldorde speelt een centrale rol in het denken over digitale soevereiniteit. Waar Europa lange tijd bouwde op open markten en vrije handel, staat dat model onder druk.
“De wereld is fundamenteel veranderd,” stelt Tudorache. “Wat vroeger vanzelfsprekend was, werkt nu niet meer.”
Hij doelt op handelsconflicten, geopolitieke spanningen en protectionistische maatregelen van andere landen. Die ontwikkelingen dwingen Europa om actiever op te treden.
Dat betekent niet dat Europa zijn open karakter loslaat, maar wel dat het nieuwe instrumenten inzet. Denk aan snellere vergunningen, betere toegang tot kapitaal en actieve bescherming tegen oneerlijke concurrentie.
“Faciliteren is niet genoeg meer,” zegt Tudorache. “We moeten ook beschermen.”
Die dubbele rol maakt het beleid complex. Europa wil open blijven, maar tegelijk zijn industrie versterken. Dat vraagt om precieze afwegingen.
Industrial Accelerator Act
Dragos Tudorache in gesprek met Cristina Caffarra [Foto: Octavian Carare]
Een belangrijk instrument in deze strategie is de Industrial Accelerator Act. Hoewel de details nog in ontwikkeling zijn, schetst Tudorache de contouren.
De wet richt zich op specifieke sectoren die extra ondersteuning nodig hebben. Het doel is om deze sectoren sneller te laten groeien en beter bestand te maken tegen internationale concurrentie.
De vertraging in de totstandkoming van de wet illustreert hoe ingewikkeld dit proces is. Volgens Tudorache komt dat door interne spanningen.
“Je probeert nieuwe maatregelen te nemen die deels ingaan tegen onze economische reflexen,” legt hij uit. “We willen beschermen, maar ook open blijven.”
Die spanning speelt vooral bij maatregelen zoals Europese voorkeuren in aanbestedingen of beperkingen op buitenlandse investeringen. Zulke instrumenten kunnen effectief zijn, maar brengen ook risico’s met zich mee.
Europa moet voorkomen dat het zijn eigen markt verstoort of relaties met partners schaadt. Daarom wordt er intensief gewerkt aan de juridische en economische uitwerking.
Europese voorkeur en marktbescherming
Het concept van ‘made in Europe’ speelt een belangrijke rol in het debat. Steeds vaker klinkt de roep om Europese bedrijven voorrang te geven, bijvoorbeeld bij publieke opdrachten.
Tudorache erkent de noodzaak, maar waarschuwt voor simplificatie. “We moeten heel precies zijn. Je wilt niet dat je maatregelen ook partners raken die dezelfde waarden delen.”
Dat betekent dat Europa onderscheid moet maken tussen bondgenoten en partijen die zich niet aan de regels houden. Alleen die laatste groep moet worden beperkt.
Het vinden van die balans is complex. Te veel bescherming kan innovatie en concurrentie remmen. Te weinig bescherming kan de Europese industrie verzwakken.
Volgens Tudorache is dit momenteel een van de grootste uitdagingen binnen de Commissie. “Het is op dit moment echt een juridische puzzel.”
Wereldorde behouden
Naast economische overwegingen speelt ook een principiële dimensie. Europa ziet zichzelf als bewaker van een internationale orde gebaseerd op regels en samenwerking.
Tudorache benadrukt dat Europa die rol niet zomaar kan loslaten. “Als wij ook zeggen dat regels er niet meer toe doen, dan stort het hele systeem in.”
Europa moet zich aanpassen aan de nieuwe realiteit
Daarmee reageert hij op stemmen die pleiten voor een hardere, meer unilaterale aanpak. Hoewel hij de urgentie begrijpt, pleit hij voor een gebalanceerde strategie.
Europa moet zich aanpassen aan de nieuwe realiteit, maar zonder zijn kernwaarden op te geven. Dat betekent dat het tegelijkertijd moet beschermen en verbinden.
Die dubbele ambitie maakt het beleid complexer, maar volgens Tudorache ook noodzakelijk.
Cybersecurity binnen digitale soevereiniteit
Als concreet voorbeeld noemt Tudorache recente ontwikkelingen op het gebied van cybersecurity. Daar ziet hij hoe Europa probeert die balans in praktijk te brengen.
Nieuwe maatregelen maken het mogelijk om landen en bedrijven te identificeren die een risico vormen. Deze partijen krijgen beperktere toegang tot Europese markten, financiering en onderzoek.
Tegelijkertijd blijft Europa open voor partners die zich aan dezelfde regels houden. Daarmee ontstaat een selectief beschermingsmechanisme.
Volgens Tudorache laat dit zien dat Europa wel degelijk in staat is om nieuwe instrumenten te ontwikkelen zonder zijn principes los te laten.
“Je creëert een gelijk speelveld voor Europese bedrijven, zonder de deur volledig te sluiten,” zegt hij.
Digitale soevereiniteit als strategische keuze
Het gesprek met Dragos Tudorache maakt duidelijk dat digitale soevereiniteit geen abstract concept is. Het is een strategische keuze die diep ingrijpt in hoe Europa zijn economie organiseert.
De EU beweegt van een puur faciliterende rol naar een actievere, strategische positie. Daarbij zoekt zij continu naar balans tussen openheid en bescherming, snelheid en zorgvuldigheid.
Wat vooral opvalt is de nadruk op samenwerking. Niet alleen binnen Europa, maar ook met industrie en internationale partners.
Verdere achterstand dreigt voor Europa
De komende jaren zullen bepalend zijn. Als Europa erin slaagt om deze strategie effectief uit te voeren, kan het zijn positie in de wereldeconomie versterken. Lukt dat niet, dan dreigt verdere achterstand.
Tudorache blijft voorzichtig optimistisch. De richting is volgens hem duidelijk, nu komt het aan op uitvoering.
“De doelen zijn helder,” concludeert hij. “Nu moeten we de juiste middelen vinden om ze te bereiken.”
Digitale soevereiniteit als industrieproject
Europa zoekt balans en versnelling
Digitale soevereiniteit staat centraal in het Europese industriebeleid, en volgens Dragos Tudorache, diplomatiek adviseur aan EVP Stéphane Séjourné van de Europese Commissie, is het geen abstract politiek ideaal maar een concreet industrieproject dat nu vorm moet krijgen. Tijdens een gesprek op het event ‘Rebuilding Europe’s Sovereignty’ schetst hij hoe Europa balanceert tussen open economie en strategische bescherming, en waarom samenwerking met industrie cruciaal is om echt snelheid te maken.
De Europese Unie bevindt zich op een kantelpunt. Waar digitalisering jarenlang als een apart beleidsdomein werd gezien, schuift het nu naar de kern van de industriële strategie. Technologieën zoals AI raken alle sectoren, van defensie tot maakindustrie. Dat vraagt om een fundamenteel andere benadering van beleid, samenwerking en economische positionering.
Digitale soevereiniteit verandert perspectief
Dragos Tudorache ziet een duidelijke verschuiving in hoe Europa naar zichzelf kijkt. Hij verwijst naar recente internationale ontmoetingen waar de toon merkbaar veranderde. “Vorig jaar heerste er vooral pessimisme. Europese bedrijven en internationale partners zagen vooral wat er misging. Dit jaar zie je een ander beeld ontstaan.”
Volgens hem groeit het besef dat Europa wel degelijk richting heeft. Er ontstaat stabiliteit en een duidelijker economisch kompas. Dat vertaalt zich ook in investeringsbereidheid. Niet alleen Europese bedrijven tonen opnieuw vertrouwen, ook Amerikaanse bedrijven blijven investeren of verkennen nieuwe kansen.
“Er is nog geen sprake van puur optimisme,” zegt Tudorache, “maar wel van een groeiend vertrouwen dat Europa een plek heeft in de toekomstige wereldeconomie.”
Die verschuiving markeert een belangrijk moment. Niet omdat alle problemen opgelost zijn, maar omdat het narratief verandert. Europa positioneert zich minder als volger en meer als actor met eigen keuzes.
Industriebeleid digitale soevereiniteit
Voor Tudorache is digitale soevereiniteit onlosmakelijk verbonden met industriebeleid. Hij benadrukt dat technologie geen geïsoleerd domein meer is. “”AI is een all-purpose technologie. Het zit in elke sector. Je kunt het niet meer apart behandelen.”
Daarom kiest de Europese Commissie voor een sectorgerichte aanpak. In plaats van generieke beleidskaders richt zij zich op specifieke industrieën die onder druk staan, zoals automotive, staal en chemie. Digitale technologie wordt daar integraal onderdeel van.
Deze aanpak betekent ook een andere rolverdeling tussen overheid en markt. Waar beleidsmakers eerder dachten de juiste richting te kunnen bepalen, verschuift dat nu naar een model van co-creatie.
“Wij hebben niet alle antwoorden,” zegt Tudorache. “Als we effectieve oplossingen willen, moeten die uit de industrie zelf komen.”
Dat klinkt eenvoudig, maar betekent in praktijk een ingrijpende verandering. Beleidsvorming wordt minder top-down en meer iteratief. Bedrijven leveren input, overheden faciliteren en sturen bij.
Versnellen groei in EU
Een van de grootste uitdagingen blijft tempo. Ondanks brede consensus over de richting, blijft concrete actie vaak achter. Tudorache erkent dat probleem impliciet.
Volgens hem ligt de sleutel in vraagcreatie. Regulering alleen is niet genoeg om innovatie en groei te stimuleren. “Industrie komt pas in beweging als er vraag is. Zonder vraag geen schaal, zonder schaal geen groei.”
Dat inzicht raakt de kern van het Europese dilemma. De EU heeft sterke regels en ambities, maar mist soms de marktmechanismen die bedrijven daadwerkelijk laten opschalen.
Daarom kijkt de Commissie nadrukkelijk naar instrumenten die vraag stimuleren, zoals publieke aanbestedingen, investeringsprogramma’s en strategische voorkeuren voor Europese oplossingen.
Tegelijkertijd blijft samenwerking cruciaal. Niet alleen tussen bedrijven onderling, maar ook tussen publieke en private partijen. Tudorache ziet dat als een gedeelde verantwoordelijkheid.
Geopolitiek dwingt tot economische keuzes
De veranderende wereldorde speelt een centrale rol in het denken over digitale soevereiniteit. Waar Europa lange tijd bouwde op open markten en vrije handel, staat dat model onder druk.
“De wereld is fundamenteel veranderd,” stelt Tudorache. “Wat vroeger vanzelfsprekend was, werkt nu niet meer.”
Hij doelt op handelsconflicten, geopolitieke spanningen en protectionistische maatregelen van andere landen. Die ontwikkelingen dwingen Europa om actiever op te treden.
Dat betekent niet dat Europa zijn open karakter loslaat, maar wel dat het nieuwe instrumenten inzet. Denk aan snellere vergunningen, betere toegang tot kapitaal en actieve bescherming tegen oneerlijke concurrentie.
“Faciliteren is niet genoeg meer,” zegt Tudorache. “We moeten ook beschermen.”
Die dubbele rol maakt het beleid complex. Europa wil open blijven, maar tegelijk zijn industrie versterken. Dat vraagt om precieze afwegingen.
Industrial Accelerator Act
Een belangrijk instrument in deze strategie is de Industrial Accelerator Act. Hoewel de details nog in ontwikkeling zijn, schetst Tudorache de contouren.
De wet richt zich op specifieke sectoren die extra ondersteuning nodig hebben. Het doel is om deze sectoren sneller te laten groeien en beter bestand te maken tegen internationale concurrentie.
De vertraging in de totstandkoming van de wet illustreert hoe ingewikkeld dit proces is. Volgens Tudorache komt dat door interne spanningen.
“Je probeert nieuwe maatregelen te nemen die deels ingaan tegen onze economische reflexen,” legt hij uit. “We willen beschermen, maar ook open blijven.”
Die spanning speelt vooral bij maatregelen zoals Europese voorkeuren in aanbestedingen of beperkingen op buitenlandse investeringen. Zulke instrumenten kunnen effectief zijn, maar brengen ook risico’s met zich mee.
Europa moet voorkomen dat het zijn eigen markt verstoort of relaties met partners schaadt. Daarom wordt er intensief gewerkt aan de juridische en economische uitwerking.
Europese voorkeur en marktbescherming
Het concept van ‘made in Europe’ speelt een belangrijke rol in het debat. Steeds vaker klinkt de roep om Europese bedrijven voorrang te geven, bijvoorbeeld bij publieke opdrachten.
Tudorache erkent de noodzaak, maar waarschuwt voor simplificatie. “We moeten heel precies zijn. Je wilt niet dat je maatregelen ook partners raken die dezelfde waarden delen.”
Dat betekent dat Europa onderscheid moet maken tussen bondgenoten en partijen die zich niet aan de regels houden. Alleen die laatste groep moet worden beperkt.
Het vinden van die balans is complex. Te veel bescherming kan innovatie en concurrentie remmen. Te weinig bescherming kan de Europese industrie verzwakken.
Volgens Tudorache is dit momenteel een van de grootste uitdagingen binnen de Commissie. “Het is op dit moment echt een juridische puzzel.”
Wereldorde behouden
Naast economische overwegingen speelt ook een principiële dimensie. Europa ziet zichzelf als bewaker van een internationale orde gebaseerd op regels en samenwerking.
Tudorache benadrukt dat Europa die rol niet zomaar kan loslaten. “Als wij ook zeggen dat regels er niet meer toe doen, dan stort het hele systeem in.”
Daarmee reageert hij op stemmen die pleiten voor een hardere, meer unilaterale aanpak. Hoewel hij de urgentie begrijpt, pleit hij voor een gebalanceerde strategie.
Europa moet zich aanpassen aan de nieuwe realiteit, maar zonder zijn kernwaarden op te geven. Dat betekent dat het tegelijkertijd moet beschermen en verbinden.
Die dubbele ambitie maakt het beleid complexer, maar volgens Tudorache ook noodzakelijk.
Cybersecurity binnen digitale soevereiniteit
Als concreet voorbeeld noemt Tudorache recente ontwikkelingen op het gebied van cybersecurity. Daar ziet hij hoe Europa probeert die balans in praktijk te brengen.
Nieuwe maatregelen maken het mogelijk om landen en bedrijven te identificeren die een risico vormen. Deze partijen krijgen beperktere toegang tot Europese markten, financiering en onderzoek.
Tegelijkertijd blijft Europa open voor partners die zich aan dezelfde regels houden. Daarmee ontstaat een selectief beschermingsmechanisme.
Volgens Tudorache laat dit zien dat Europa wel degelijk in staat is om nieuwe instrumenten te ontwikkelen zonder zijn principes los te laten.
“Je creëert een gelijk speelveld voor Europese bedrijven, zonder de deur volledig te sluiten,” zegt hij.
Digitale soevereiniteit als strategische keuze
Het gesprek met Dragos Tudorache maakt duidelijk dat digitale soevereiniteit geen abstract concept is. Het is een strategische keuze die diep ingrijpt in hoe Europa zijn economie organiseert.
De EU beweegt van een puur faciliterende rol naar een actievere, strategische positie. Daarbij zoekt zij continu naar balans tussen openheid en bescherming, snelheid en zorgvuldigheid.
Wat vooral opvalt is de nadruk op samenwerking. Niet alleen binnen Europa, maar ook met industrie en internationale partners.
De komende jaren zullen bepalend zijn. Als Europa erin slaagt om deze strategie effectief uit te voeren, kan het zijn positie in de wereldeconomie versterken. Lukt dat niet, dan dreigt verdere achterstand.
Tudorache blijft voorzichtig optimistisch. De richting is volgens hem duidelijk, nu komt het aan op uitvoering.
“De doelen zijn helder,” concludeert hij. “Nu moeten we de juiste middelen vinden om ze te bereiken.”