Digitale soevereiniteit staat hoog op de Europese agenda, maar volgens Julius Krein kijkt Washington totaal anders naar die ambitie dan Brussel zelf denkt. Tijdens het event ‘Rebuilding Europe’s Sovereignty’ schetste de oprichter van American Affairs een harde analyse van de trans-Atlantische verhoudingen. Niet gedeelde waarden staan centraal, maar macht, industriepolitiek en transacties. Zijn boodschap aan Europa was duidelijk: stop met morele verontwaardiging en begin strategisch te onderhandelen.
De discussie over digitale soevereiniteit draait allang niet meer alleen om cloud, AI of datacenters. Het debat raakt inmiddels de kern van geopolitiek, defensie, energie en economische onafhankelijkheid. Krein plaatste de Europese ambitie nadrukkelijk in die bredere context. Volgens hem kijkt de Amerikaanse regering niet naar Europa vanuit ideologische verbondenheid, maar vanuit strategische belangen. Dat verandert fundamenteel hoe Europa zijn digitale toekomst moet benaderen.
Julius Krein stelde tijdens het gesprek dat de Verenigde Staten hun positie tegenover Europa opnieuw definiëren. Volgens hem leeft in Washington breed het gevoel dat de naoorlogse economische orde de VS uiteindelijk heeft verzwakt. Hij verwees naar het verlies van industriële capaciteit, de afhankelijkheid van China en het mislukte geloof dat globalisering vanzelf tot welvaart en stabiliteit zou leiden.
Krein zei daarover: “De beloften van het einde van de geschiedenis zijn allemaal mislukt.”
Europese beleidsmakers reageren te vaak vanuit morele superioriteit
Volgens hem leeft die analyse niet alleen binnen Republikeinse kringen, maar ook breder in de Amerikaanse politiek. Daardoor verschuift de Amerikaanse focus richting industriële heropbouw, energie-onafhankelijkheid en strategische controle over technologie. Europa speelt daarin slechts een beperkte rol.
Die analyse sluit aan bij recente internationale ontwikkelingen. De Atlantic Council concludeerde begin 2026 dat de Amerikaanse druk op Europese techregelgeving juist heeft geleid tot een versnelling van Europese digitale autonomie. Volgens de denktank zorgen spanningen rond AI, cloud en data-opslag ervoor dat Brussel steeds nadrukkelijker inzet op technologische onafhankelijkheid van Silicon Valley.
Julius Krein ziet Europese misrekening
Krein maakte tijdens het gesprek duidelijk dat Europa volgens hem de Amerikaanse houding verkeerd interpreteert. Europese beleidsmakers reageren volgens hem te vaak vanuit morele superioriteit, terwijl Washington vooral transactioneel denkt.
Hij zei: “Als jullie dit benaderen vanuit gedeelde waarden en vanuit het idee dat die waarden worden geschonden, dan kom je nergens.”
Volgens Krein begrijpt Europa onvoldoende dat de huidige Amerikaanse regering onderhandelingen ziet als een ruilproces van belangen, investeringen en strategische voordelen. Morele verontwaardiging over Amerikaanse druk op Europese regelgeving levert volgens hem niets op.
Digitale regelgeving wordt gezien als een discriminerende manier om geld af te romen
Dat raakt direct aan het debat rond Europese digitale regelgeving zoals de DMA, DSA en datasoevereiniteit. Vanuit Brussel worden die regels gepresenteerd als bescherming van democratie, marktwerking en burgerrechten. In Washington leeft volgens Krein juist het beeld dat Europa Amerikaanse techbedrijven financieel en politiek probeert af te remmen.
Hij zei daarover: “Digitale regelgeving wordt gezien als een discriminerende manier om geld af te romen van succesvolle Amerikaanse bedrijven.”
De spanning rond dat onderwerp loopt inmiddels verder op. Reuters meldde eerder dit jaar dat Amerikaanse diplomaten actief opdracht kregen om internationale initiatieven rond datasoevereiniteit tegen te werken. Volgens de Amerikaanse regering zouden datalokalisatie en strengere Europese regelgeving innovatie, AI-diensten en cloudgroei belemmeren.
Europese digitale infrastructuur vraagt industriepolitiek
Julius Krein (foto: Octavian Carare]
Een belangrijk deel van Kreins analyse draaide om de vraag of Europa echt bereid is om digitale soevereiniteit serieus te nemen. Volgens hem vraagt strategische autonomie namelijk veel meer dan regelgeving alleen.
Hij zei: “Als Europa echt serieus is over digitale soevereiniteit, dan gaat dat allereerst enorm veel geld kosten.”
Volgens Krein onderschat Europa de schaal van de noodzakelijke investeringen. Niet alleen cloudinfrastructuur en AI vereisen enorme budgetten, maar ook energievoorziening, defensiecapaciteit en chipproductie. Hij benadrukte dat digitale autonomie alleen werkt wanneer Europa daadwerkelijk industriële capaciteit opbouwt.
Daarmee raakt hij een gevoelig punt binnen het Europese debat. Veel Europese bedrijven draaien nog grotendeels op Amerikaanse hyperscalers zoals AWS, Microsoft Azure en Google Cloud. Tegelijk groeit de politieke druk om meer Europese alternatieven te ontwikkelen.
Krein ziet daarin overigens niet alleen conflict, maar ook kansen voor samenwerking. Hij noemde expliciet chipproductie, defensietechnologie en nucleaire energie als gebieden waar nieuwe trans-Atlantische deals mogelijk blijven.
Hij zei: “Er zullen volop nieuwe kansen ontstaan.”
Trump-coalitie denkt anders over Europa
Opvallend was dat Krein ook nuance aanbracht in het beeld van de Amerikaanse regering. Volgens hem bestaat er geen volledig eenduidige strategie binnen de Trump-coalitie. Sommige groepen richten zich sterk op culturele conflicten met Europa, terwijl andere vooral economische en industriële samenwerking zoeken.
Hij stelde dat er juist meer interesse ontstaat in gezamenlijke investeringen rond defensie-industrie, drones, energie en kritieke infrastructuur. Volgens hem kan Europa daarvan profiteren wanneer het minder ideologisch en meer strategisch opereert.
Laten we minder focussen op cultuurstrijd en meer praten over nuttige dingen die we samen kunnen doen
Krein zei: “Laten we minder focussen op cultuurstrijd en meer praten over nuttige dingen die we samen kunnen doen.”
Daarmee schetst hij een opvallend alternatief voor het huidige Europese debat. In plaats van de trans-Atlantische relatie vooral te bekijken vanuit waardenconflicten, ziet hij ruimte voor harde economische onderhandelingen waarin beide kanten nieuwe industriële belangen veiligstellen.
Digitale soevereiniteit verandert Europese machtspositie
Een van de meest opvallende momenten in het gesprek ontstond toen Krein stelde dat de huidige geopolitieke spanningen Europa juist meer ruimte geven om zelfstandiger te opereren.
Hij verwees onder meer naar de discussie rond Groenland en de bredere Amerikaanse druk op Europese veiligheidspolitiek. Volgens hem biedt die situatie Europa juist een politiek excuus om sneller werk te maken van strategische autonomie.
Hij zei: “Het geeft Europa juist een aanleiding om harder te duwen op Europese soevereiniteit.”
Het besef groeit dat afhankelijkheid van buitenlandse platforms ook veiligheidsrisico’s creëert
Dat raakt aan een bredere trend die inmiddels zichtbaar wordt binnen Europese beleidskringen. Waar digitale autonomie enkele jaren geleden nog als protectionistisch gold, groeit nu het besef dat afhankelijkheid van buitenlandse platforms ook veiligheidsrisico’s creëert.
Die discussie speelt niet alleen rond cloudinfrastructuur, maar ook rond AI-modellen, data-opslag, satellietcommunicatie en digitale defensie. Europese beleidsmakers koppelen digitale infrastructuur steeds vaker direct aan nationale veiligheid en economische weerbaarheid.
Europese reflex vraagt strategische omslag
De kern van Kreins boodschap was uiteindelijk niet anti-Europees, maar juist confronterend pragmatisch. Volgens hem heeft Europa wel degelijk kansen om strategisch sterker te worden, maar alleen wanneer het accepteert dat de internationale orde fundamenteel verandert.
Hij zei: “De ineenstorting van de orde uit de jaren negentig is ontwrichtend, maar het betekent ook dat je nu dingen kunt doen die vroeger onmogelijk waren.”
Europa zoekt samenwerking met dezelfde partijen waarvan het zich probeert los te maken
Volgens Krein moet Europa stoppen met het verdedigen van abstracte morele posities wanneer het tegelijkertijd afhankelijk blijft van buitenlandse infrastructuur en technologie. Werkelijke soevereiniteit vraagt volgens hem om industriepolitiek, investeringen en onderhandelingstactiek.
Daarmee legt hij precies de zenuw bloot van het huidige Europese debat over digitale soevereiniteit. Europa wil onafhankelijker worden van Amerikaanse techmacht, maar zoekt tegelijk samenwerking met dezelfde partijen waarvan het zich probeert los te maken.
De komende jaren zullen daarom niet alleen draaien om regelgeving, maar vooral om de vraag of Europa daadwerkelijk bereid is om zijn digitale infrastructuur, energievoorziening en technologische industrie opnieuw op te bouwen. Kreins analyse maakt duidelijk dat Washington die keuze inmiddels vooral ziet als een zakelijke onderhandeling, niet als een ideologische strijd.
Digitale soevereiniteit vraagt Europese realpolitik
Julius Krein fileert Europese reflexen
Digitale soevereiniteit staat hoog op de Europese agenda, maar volgens Julius Krein kijkt Washington totaal anders naar die ambitie dan Brussel zelf denkt. Tijdens het event ‘Rebuilding Europe’s Sovereignty’ schetste de oprichter van American Affairs een harde analyse van de trans-Atlantische verhoudingen. Niet gedeelde waarden staan centraal, maar macht, industriepolitiek en transacties. Zijn boodschap aan Europa was duidelijk: stop met morele verontwaardiging en begin strategisch te onderhandelen.
De discussie over digitale soevereiniteit draait allang niet meer alleen om cloud, AI of datacenters. Het debat raakt inmiddels de kern van geopolitiek, defensie, energie en economische onafhankelijkheid. Krein plaatste de Europese ambitie nadrukkelijk in die bredere context. Volgens hem kijkt de Amerikaanse regering niet naar Europa vanuit ideologische verbondenheid, maar vanuit strategische belangen. Dat verandert fundamenteel hoe Europa zijn digitale toekomst moet benaderen.
Digitale soevereiniteit krijgt geopolitieke lading
Julius Krein stelde tijdens het gesprek dat de Verenigde Staten hun positie tegenover Europa opnieuw definiëren. Volgens hem leeft in Washington breed het gevoel dat de naoorlogse economische orde de VS uiteindelijk heeft verzwakt. Hij verwees naar het verlies van industriële capaciteit, de afhankelijkheid van China en het mislukte geloof dat globalisering vanzelf tot welvaart en stabiliteit zou leiden.
Krein zei daarover: “De beloften van het einde van de geschiedenis zijn allemaal mislukt.”
Volgens hem leeft die analyse niet alleen binnen Republikeinse kringen, maar ook breder in de Amerikaanse politiek. Daardoor verschuift de Amerikaanse focus richting industriële heropbouw, energie-onafhankelijkheid en strategische controle over technologie. Europa speelt daarin slechts een beperkte rol.
Die analyse sluit aan bij recente internationale ontwikkelingen. De Atlantic Council concludeerde begin 2026 dat de Amerikaanse druk op Europese techregelgeving juist heeft geleid tot een versnelling van Europese digitale autonomie. Volgens de denktank zorgen spanningen rond AI, cloud en data-opslag ervoor dat Brussel steeds nadrukkelijker inzet op technologische onafhankelijkheid van Silicon Valley.
Julius Krein ziet Europese misrekening
Krein maakte tijdens het gesprek duidelijk dat Europa volgens hem de Amerikaanse houding verkeerd interpreteert. Europese beleidsmakers reageren volgens hem te vaak vanuit morele superioriteit, terwijl Washington vooral transactioneel denkt.
Hij zei: “Als jullie dit benaderen vanuit gedeelde waarden en vanuit het idee dat die waarden worden geschonden, dan kom je nergens.”
Volgens Krein begrijpt Europa onvoldoende dat de huidige Amerikaanse regering onderhandelingen ziet als een ruilproces van belangen, investeringen en strategische voordelen. Morele verontwaardiging over Amerikaanse druk op Europese regelgeving levert volgens hem niets op.
Dat raakt direct aan het debat rond Europese digitale regelgeving zoals de DMA, DSA en datasoevereiniteit. Vanuit Brussel worden die regels gepresenteerd als bescherming van democratie, marktwerking en burgerrechten. In Washington leeft volgens Krein juist het beeld dat Europa Amerikaanse techbedrijven financieel en politiek probeert af te remmen.
Hij zei daarover: “Digitale regelgeving wordt gezien als een discriminerende manier om geld af te romen van succesvolle Amerikaanse bedrijven.”
De spanning rond dat onderwerp loopt inmiddels verder op. Reuters meldde eerder dit jaar dat Amerikaanse diplomaten actief opdracht kregen om internationale initiatieven rond datasoevereiniteit tegen te werken. Volgens de Amerikaanse regering zouden datalokalisatie en strengere Europese regelgeving innovatie, AI-diensten en cloudgroei belemmeren.
Europese digitale infrastructuur vraagt industriepolitiek
Een belangrijk deel van Kreins analyse draaide om de vraag of Europa echt bereid is om digitale soevereiniteit serieus te nemen. Volgens hem vraagt strategische autonomie namelijk veel meer dan regelgeving alleen.
Hij zei: “Als Europa echt serieus is over digitale soevereiniteit, dan gaat dat allereerst enorm veel geld kosten.”
Volgens Krein onderschat Europa de schaal van de noodzakelijke investeringen. Niet alleen cloudinfrastructuur en AI vereisen enorme budgetten, maar ook energievoorziening, defensiecapaciteit en chipproductie. Hij benadrukte dat digitale autonomie alleen werkt wanneer Europa daadwerkelijk industriële capaciteit opbouwt.
Daarmee raakt hij een gevoelig punt binnen het Europese debat. Veel Europese bedrijven draaien nog grotendeels op Amerikaanse hyperscalers zoals AWS, Microsoft Azure en Google Cloud. Tegelijk groeit de politieke druk om meer Europese alternatieven te ontwikkelen.
Krein ziet daarin overigens niet alleen conflict, maar ook kansen voor samenwerking. Hij noemde expliciet chipproductie, defensietechnologie en nucleaire energie als gebieden waar nieuwe trans-Atlantische deals mogelijk blijven.
Hij zei: “Er zullen volop nieuwe kansen ontstaan.”
Trump-coalitie denkt anders over Europa
Opvallend was dat Krein ook nuance aanbracht in het beeld van de Amerikaanse regering. Volgens hem bestaat er geen volledig eenduidige strategie binnen de Trump-coalitie. Sommige groepen richten zich sterk op culturele conflicten met Europa, terwijl andere vooral economische en industriële samenwerking zoeken.
Hij stelde dat er juist meer interesse ontstaat in gezamenlijke investeringen rond defensie-industrie, drones, energie en kritieke infrastructuur. Volgens hem kan Europa daarvan profiteren wanneer het minder ideologisch en meer strategisch opereert.
Krein zei: “Laten we minder focussen op cultuurstrijd en meer praten over nuttige dingen die we samen kunnen doen.”
Daarmee schetst hij een opvallend alternatief voor het huidige Europese debat. In plaats van de trans-Atlantische relatie vooral te bekijken vanuit waardenconflicten, ziet hij ruimte voor harde economische onderhandelingen waarin beide kanten nieuwe industriële belangen veiligstellen.
Digitale soevereiniteit verandert Europese machtspositie
Een van de meest opvallende momenten in het gesprek ontstond toen Krein stelde dat de huidige geopolitieke spanningen Europa juist meer ruimte geven om zelfstandiger te opereren.
Hij verwees onder meer naar de discussie rond Groenland en de bredere Amerikaanse druk op Europese veiligheidspolitiek. Volgens hem biedt die situatie Europa juist een politiek excuus om sneller werk te maken van strategische autonomie.
Hij zei: “Het geeft Europa juist een aanleiding om harder te duwen op Europese soevereiniteit.”
Dat raakt aan een bredere trend die inmiddels zichtbaar wordt binnen Europese beleidskringen. Waar digitale autonomie enkele jaren geleden nog als protectionistisch gold, groeit nu het besef dat afhankelijkheid van buitenlandse platforms ook veiligheidsrisico’s creëert.
Die discussie speelt niet alleen rond cloudinfrastructuur, maar ook rond AI-modellen, data-opslag, satellietcommunicatie en digitale defensie. Europese beleidsmakers koppelen digitale infrastructuur steeds vaker direct aan nationale veiligheid en economische weerbaarheid.
Europese reflex vraagt strategische omslag
De kern van Kreins boodschap was uiteindelijk niet anti-Europees, maar juist confronterend pragmatisch. Volgens hem heeft Europa wel degelijk kansen om strategisch sterker te worden, maar alleen wanneer het accepteert dat de internationale orde fundamenteel verandert.
Hij zei: “De ineenstorting van de orde uit de jaren negentig is ontwrichtend, maar het betekent ook dat je nu dingen kunt doen die vroeger onmogelijk waren.”
Volgens Krein moet Europa stoppen met het verdedigen van abstracte morele posities wanneer het tegelijkertijd afhankelijk blijft van buitenlandse infrastructuur en technologie. Werkelijke soevereiniteit vraagt volgens hem om industriepolitiek, investeringen en onderhandelingstactiek.
Daarmee legt hij precies de zenuw bloot van het huidige Europese debat over digitale soevereiniteit. Europa wil onafhankelijker worden van Amerikaanse techmacht, maar zoekt tegelijk samenwerking met dezelfde partijen waarvan het zich probeert los te maken.
De komende jaren zullen daarom niet alleen draaien om regelgeving, maar vooral om de vraag of Europa daadwerkelijk bereid is om zijn digitale infrastructuur, energievoorziening en technologische industrie opnieuw op te bouwen. Kreins analyse maakt duidelijk dat Washington die keuze inmiddels vooral ziet als een zakelijke onderhandeling, niet als een ideologische strijd.