Bharet Bhansing (ANWB Energie) wil eerst begrijpen, dan pas bouwen
Digitalisering begint niet met technologie, maar met begrijpen wat je als organisatie echt nodig hebt. Tijdens het Innovation Event 2026 van The Future Group, een IT-collectief waarin 350 onafhankelijke IT-professionals samenwerken, maakt Bharet Bhansing dat glashelder. Niet door te focussen op AI of tooling, maar door terug te gaan naar de basis: wat probeer je eigenlijk op te lossen?
De keynote ‘Digitalisering als fundament: eerst begrijpen, dan bouwen’ is daarmee geen technologisch verhaal, maar een pleidooi voor scherpte. Want volgens Bhansing, werkzaam als Director of Operations bij ANWB Energie, gaat het daar structureel mis.
Projecten falen niet door technologie
Bhansing opent met een vraag aan de zaal: waarom mislukken projecten? De antwoorden zijn voorspelbaar. ‘Te groot’, ‘geen adoptie’, ‘te complex’, ‘verkeerde verwachtingen’. Maar volgens hem ligt de oorzaak fundamenteler. “Projecten mislukken omdat we niet scherp hebben wat we precies proberen te doen.”
Organisaties gebruiken dezelfde woorden, maar bedoelen iets anders
Om dat te illustreren gebruikt hij een simpele metafoor. “We zeggen allemaal: we gaan skiën. Maar de een bedoelt topsport en de ander een ontspannen vakantie.” Het probleem zit dus niet in uitvoering, maar in interpretatie. Organisaties gebruiken dezelfde woorden, maar bedoelen iets anders. En bouwen vervolgens oplossingen op basis van aannames.
Begrip vóór oplossingen
Volgens Bhansing slaan organisaties een cruciale stap over: definiëren wat ze daadwerkelijk moeten kunnen. “Voordat je processen gaat uitwerken of systemen gaat bouwen, moet je begrijpen: wat moeten we eigenlijk kunnen? Niet hoe, maar wat.”
Dat verschil lijkt klein, maar is essentieel. De focus verschuift van oplossingen naar capabilities: de kernvermogens die een organisatie nodig heeft om waarde te leveren. In de praktijk gebeurt het tegenovergestelde. Teams duiken direct in tooling, architectuur of AI-oplossingen, zonder gedeeld begrip van het probleem. Het gevolg: oplossingen die technisch kloppen, maar organisatorisch niet landen.
Digitalisering vraagt om keuzes
Wanneer dat fundament ontbreekt, ontstaat een tweede probleem: alles lijkt belangrijk. Bhansing schetst hoe organisaties overspoeld worden met wensen vanuit de business. “De business komt met een enorme lijst. Maar je moet durven zeggen: dit doen we wel, en dit doen we niet.”
Met beperkte capaciteit kun je niet alles, dus je moet kiezen wat echt waarde toevoegt
Juist dat ‘nee’ zeggen blijkt lastig. Zeker in een tijd waarin technologische mogelijkheden exponentieel groeien. “Met beperkte capaciteit kun je niet alles, dus je moet kiezen wat echt waarde toevoegt.” Zonder die keuzes ontstaat versnippering. Initiatieven stapelen zich op, maar leveren geen samenhangende vooruitgang.
Technologie is niet het vertrekpunt
Een belangrijk deel van zijn betoog richt zich op de reflex om technologie als startpunt te nemen. Nieuwe ontwikkelingen, en zeker AI, versterken die neiging. Organisaties zien wat er mogelijk is en zoeken daar vervolgens een probleem bij. Bhansing draait dat om. “Je moet niet beginnen met wat er kan, maar met wat je nodig hebt.”
Dat vraagt discipline. Zeker omdat technologie steeds toegankelijker wordt en sneller resultaat lijkt te bieden.Maar zonder fundament blijft dat resultaat oppervlakkig.
Van experiment naar structuur
Bharet Bhansing [foto: The Future Group]
Bhansing erkent dat experimenteren waardevol is. Maar waarschuwt voor het gebrek aan structuur. Veel initiatieven ontstaan ad hoc, vaak binnen kleine teams. “Met tien mensen weet je nog wat iedereen doet. Maar bij honderdvijftig mensen werkt dat niet meer.”
Zonder duidelijke kaders ontstaat overlap, inefficiëntie en uiteindelijk frustratie. Digitalisering vraagt daarom om organisatiebrede afstemming. “IT, business en operatie moeten samen optrekken. Anders bouw je iets waar niemand op zit te wachten.”
Waarde zit niet altijd waar je verwacht
Een illustratief voorbeeld uit de praktijk maakt zijn punt concreet. Binnen ANWB Energie ontstond de vraag om AI-chatbots in te zetten voor klantenservice. “De vraag was: kunnen we klanten direct helpen met AI?”
In plaats van direct te bouwen, stelde Bhansing een andere vraag. “Wat levert dit daadwerkelijk op voor de klant?” Omdat daar geen duidelijk antwoord op kwam, werd het initiatief niet doorgezet.
In plaats daarvan verschoof de focus naar interne ondersteuning. “Als medewerkers sneller antwoorden kunnen vinden, help je uiteindelijk ook de klant beter.” De les: waarde zit vaak niet in zichtbare innovaties, maar in onderliggende processen.
Sneller bouwen betekent beter nadenken
Technologie versnelt ontwikkeling. Maar volgens Bhansing verandert daarmee vooral waar de nadruk ligt. “Het bouwen gaat sneller. Daardoor krijg je meer tijd om na te denken.”
De vraag is niet alleen: kunnen we dit bouwen? Maar vooral: moeten we dit bouwen
Die verschuiving is cruciaal. Minder tijd aan realisatie, meer tijd aan probleemdefinitie en evaluatie. “De vraag is niet alleen: kunnen we dit bouwen? Maar vooral: moeten we dit bouwen?” Organisaties die die vraag niet stellen, blijven optimaliseren zonder richting.
Flexibiliteit als randvoorwaarde
Naast begrip en keuzes noemt Bhansing flexibiliteit als essentieel element. De omgeving verandert te snel voor rigide systemen of lange planningscycli. “Wat je vandaag bouwt, moet je morgen kunnen aanpassen.”
Steeds meer organisaties bewegen daarom richting kortere planningshorizons en iteratieve ontwikkeling. Niet om sneller te bouwen, maar om beter te kunnen bijsturen.
Greenfield biedt geen garantie
Een vraag uit de zaal gaat over het voordeel van een nieuwe organisatie zonder legacy. Heeft dat geholpen? Bhansing is duidelijk: “Ik zou graag ja zeggen, maar dat is niet zo.”
Het probleem zit niet in systemen, maar in denken
Ook zonder legacy ontstaan verkeerde keuzes. “We hebben dingen gebouwd zonder goed te begrijpen wat we nodig hadden. Daardoor hebben we nu alsnog technical debt.” De conclusie: het probleem zit niet in systemen, maar in denken.
Eerst begrijpen, dan bouwen
De rode draad van de keynote is helder: digitalisering is geen technologisch vraagstuk, maar een vraagstuk van begrip. Organisaties die direct naar oplossingen springen, creëren complexiteit zonder richting.
Organisaties die beginnen bij wat ze echt nodig hebben, bouwen gerichter en duurzamer. “De grootste fout die we maken, is dat we stappen overslaan.” En precies daar ligt de kern. Niet in AI, niet in tooling, maar in het fundament.
Digitalisering begint met fundament, niet met tech
Bharet Bhansing (ANWB Energie) wil eerst begrijpen, dan pas bouwen
Digitalisering begint niet met technologie, maar met begrijpen wat je als organisatie echt nodig hebt. Tijdens het Innovation Event 2026 van The Future Group, een IT-collectief waarin 350 onafhankelijke IT-professionals samenwerken, maakt Bharet Bhansing dat glashelder. Niet door te focussen op AI of tooling, maar door terug te gaan naar de basis: wat probeer je eigenlijk op te lossen?
De keynote ‘Digitalisering als fundament: eerst begrijpen, dan bouwen’ is daarmee geen technologisch verhaal, maar een pleidooi voor scherpte. Want volgens Bhansing, werkzaam als Director of Operations bij ANWB Energie, gaat het daar structureel mis.
Projecten falen niet door technologie
Bhansing opent met een vraag aan de zaal: waarom mislukken projecten? De antwoorden zijn voorspelbaar. ‘Te groot’, ‘geen adoptie’, ‘te complex’, ‘verkeerde verwachtingen’. Maar volgens hem ligt de oorzaak fundamenteler. “Projecten mislukken omdat we niet scherp hebben wat we precies proberen te doen.”
Om dat te illustreren gebruikt hij een simpele metafoor. “We zeggen allemaal: we gaan skiën. Maar de een bedoelt topsport en de ander een ontspannen vakantie.” Het probleem zit dus niet in uitvoering, maar in interpretatie. Organisaties gebruiken dezelfde woorden, maar bedoelen iets anders. En bouwen vervolgens oplossingen op basis van aannames.
Begrip vóór oplossingen
Volgens Bhansing slaan organisaties een cruciale stap over: definiëren wat ze daadwerkelijk moeten kunnen. “Voordat je processen gaat uitwerken of systemen gaat bouwen, moet je begrijpen: wat moeten we eigenlijk kunnen? Niet hoe, maar wat.”
Dat verschil lijkt klein, maar is essentieel. De focus verschuift van oplossingen naar capabilities: de kernvermogens die een organisatie nodig heeft om waarde te leveren. In de praktijk gebeurt het tegenovergestelde. Teams duiken direct in tooling, architectuur of AI-oplossingen, zonder gedeeld begrip van het probleem. Het gevolg: oplossingen die technisch kloppen, maar organisatorisch niet landen.
Digitalisering vraagt om keuzes
Wanneer dat fundament ontbreekt, ontstaat een tweede probleem: alles lijkt belangrijk. Bhansing schetst hoe organisaties overspoeld worden met wensen vanuit de business. “De business komt met een enorme lijst. Maar je moet durven zeggen: dit doen we wel, en dit doen we niet.”
Juist dat ‘nee’ zeggen blijkt lastig. Zeker in een tijd waarin technologische mogelijkheden exponentieel groeien. “Met beperkte capaciteit kun je niet alles, dus je moet kiezen wat echt waarde toevoegt.” Zonder die keuzes ontstaat versnippering. Initiatieven stapelen zich op, maar leveren geen samenhangende vooruitgang.
Technologie is niet het vertrekpunt
Een belangrijk deel van zijn betoog richt zich op de reflex om technologie als startpunt te nemen. Nieuwe ontwikkelingen, en zeker AI, versterken die neiging. Organisaties zien wat er mogelijk is en zoeken daar vervolgens een probleem bij. Bhansing draait dat om. “Je moet niet beginnen met wat er kan, maar met wat je nodig hebt.”
Dat vraagt discipline. Zeker omdat technologie steeds toegankelijker wordt en sneller resultaat lijkt te bieden.Maar zonder fundament blijft dat resultaat oppervlakkig.
Van experiment naar structuur
Bhansing erkent dat experimenteren waardevol is. Maar waarschuwt voor het gebrek aan structuur. Veel initiatieven ontstaan ad hoc, vaak binnen kleine teams. “Met tien mensen weet je nog wat iedereen doet. Maar bij honderdvijftig mensen werkt dat niet meer.”
Zonder duidelijke kaders ontstaat overlap, inefficiëntie en uiteindelijk frustratie. Digitalisering vraagt daarom om organisatiebrede afstemming. “IT, business en operatie moeten samen optrekken. Anders bouw je iets waar niemand op zit te wachten.”
Waarde zit niet altijd waar je verwacht
Een illustratief voorbeeld uit de praktijk maakt zijn punt concreet. Binnen ANWB Energie ontstond de vraag om AI-chatbots in te zetten voor klantenservice. “De vraag was: kunnen we klanten direct helpen met AI?”
In plaats van direct te bouwen, stelde Bhansing een andere vraag. “Wat levert dit daadwerkelijk op voor de klant?” Omdat daar geen duidelijk antwoord op kwam, werd het initiatief niet doorgezet.
In plaats daarvan verschoof de focus naar interne ondersteuning. “Als medewerkers sneller antwoorden kunnen vinden, help je uiteindelijk ook de klant beter.” De les: waarde zit vaak niet in zichtbare innovaties, maar in onderliggende processen.
Sneller bouwen betekent beter nadenken
Technologie versnelt ontwikkeling. Maar volgens Bhansing verandert daarmee vooral waar de nadruk ligt. “Het bouwen gaat sneller. Daardoor krijg je meer tijd om na te denken.”
Die verschuiving is cruciaal. Minder tijd aan realisatie, meer tijd aan probleemdefinitie en evaluatie. “De vraag is niet alleen: kunnen we dit bouwen? Maar vooral: moeten we dit bouwen?” Organisaties die die vraag niet stellen, blijven optimaliseren zonder richting.
Flexibiliteit als randvoorwaarde
Naast begrip en keuzes noemt Bhansing flexibiliteit als essentieel element. De omgeving verandert te snel voor rigide systemen of lange planningscycli. “Wat je vandaag bouwt, moet je morgen kunnen aanpassen.”
Steeds meer organisaties bewegen daarom richting kortere planningshorizons en iteratieve ontwikkeling. Niet om sneller te bouwen, maar om beter te kunnen bijsturen.
Greenfield biedt geen garantie
Een vraag uit de zaal gaat over het voordeel van een nieuwe organisatie zonder legacy. Heeft dat geholpen? Bhansing is duidelijk: “Ik zou graag ja zeggen, maar dat is niet zo.”
Ook zonder legacy ontstaan verkeerde keuzes. “We hebben dingen gebouwd zonder goed te begrijpen wat we nodig hadden. Daardoor hebben we nu alsnog technical debt.” De conclusie: het probleem zit niet in systemen, maar in denken.
Eerst begrijpen, dan bouwen
De rode draad van de keynote is helder: digitalisering is geen technologisch vraagstuk, maar een vraagstuk van begrip. Organisaties die direct naar oplossingen springen, creëren complexiteit zonder richting.
Organisaties die beginnen bij wat ze echt nodig hebben, bouwen gerichter en duurzamer. “De grootste fout die we maken, is dat we stappen overslaan.” En precies daar ligt de kern. Niet in AI, niet in tooling, maar in het fundament.