Duurzame digitalisering krijgt een forse impuls met het nieuwe Actieprogramma Duurzame Digitalisering 2026–2028. Dit programma moet de digitale en duurzame transities verbinden en Nederland positioneren als Europese koploper op het snijvlak van technologie en ecologie.
Het idee is helder: digitalisering biedt enorme kansen voor verduurzaming, bijvoorbeeld via energie-efficiënte datacenters of slimme AI-toepassingen die CO₂ besparen. Tegelijkertijd moet de digitale sector zelf ook duurzaam functioneren. Denk bijvoorbeeld aan groene infrastructuur, circulair inkopen en CO₂-rapportage. Tot nu toe verliepen de duurzame en digitale transities te vaak gescheiden, wat kansen liet liggen. Met dit actieprogramma hoopt de regering daar verandering in te brengen.
Verdergaande duurzame digitalisering nodig
De reden voor het nieuwe programma is concreet. Volgens de regering lopen de ‘digitale transitie’ en de ‘verduurzamingsopgave’ vaak langs elkaar heen, terwijl technologische ontwikkelingen, onder andere in AI, juist vragen om versnelling. Het huidige gebrek aan integratie leidt tot gemiste kansen op energie- en grondstofzekerheid, op vermindering van regeldruk en op internationale profilering als innovatief en duurzaam land.
Voortgang en ontwikkelingen maken dat verdergaande actie nodig is
Onafhankelijke monitoring en informatievoorziening: zo ontstaat betrouwbare data over energie- en grondstoffengebruik van de digitale infrastructuur. Dit is cruciaal om verantwoording af te leggen en beleid te sturen.
Faciliteren van publiek-private samenwerking en deelname aan internationale samenwerkingsverbanden: de overheid zoekt samenwerking met bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties om duurzame IT breed uit te rollen.
Verduurzamen van overheids-ICT: datacenters, circulair inkopen, groene software en duurzaam beheer krijgen prioriteit. Zo geeft de staat het goede voorbeeld.
Integratie van digitalisering in klimaat- en circulaire economie: digitalisering wordt niet langer een aparte pijler, maar ingebed in bredere duurzaamheids- en energieplannen.
Stimuleren van innovatie binnen het ‘twin transition’-landschap: denk aan data-ecosystemen, digitale productpaspoorten, nieuwe diensten en markten, en hergebruik of circulair ontwerp van digitale producten.
Goede basis, geen garantie
Het programma is zeker krachtig. Het zet in op meetbaarheid, samenwerking, groene IT-infrastructuur en integratie met klimaat- en circulaire doelen. Dit biedt een stevige basis om digitale groei en duurzaamheid hand in hand te laten gaan.
Tegelijkertijd is er reden tot voorzichtigheid. De impact draait om implementatie: hoe snel en hoe breed nemen overheden, bedrijven en instellingen duurzame IT daadwerkelijk op? Uit analyses blijkt dat de IT-sector wereldwijd al verantwoordelijk is voor circa 4% van de broeikasgasuitstoot, soms zelfs hoger dan luchtvaart.
Bovendien zijn er structurele uitdagingen. Zo hebben we te maken met beperkte data over energie- en grondstofgebruik, complexe waardeketens en vaak gebrek aan eigenaarschap of urgentie binnen organisaties.
Tot slot blijft digitale infrastructuur energie-intensief. Alleen met radicaal andere keuzes, zoals energie-efficiënte hardware, groene datacenters en circulariteit van apparaten, kan de milieu-impact substantieel omlaag.
Digitale en ecologische transitie
Minister Vincent Karremans (EZ) zet in op ’twin transition’ [foto: LinkedIn]
Duurzame digitalisering moet uitgroeien tot de ruggengraat van Nederland’s innovatie en klimaatstrategie. Met het nieuwe Actieprogramma Duurzame Digitalisering 2026-2028 wil de regering dat de digitale sector en de natuur profiteren van technologische vooruitgang. Digitalisering en verduurzaming worden niet langer naast elkaar gezet, maar verbonden. Nederland moet de digitale en ecologische transitie versneld doorlopen om Europees koploper te worden.
Minister Vincent Karremans (Economische Zaken) benadrukt het belang van de zogenaamde ‘twin transition’, de gelijktijdige transitie naar een digitale en duurzame economie. In de Kamerbrief schrijft hij dat de huidige versnippering, het gebrek aan betrouwbare data en de beperkte internationale zichtbaarheid Nederland kansen kosten. Volgens hem levert het programma niet alleen milieuwinst op, maar ook economische zekerheid en internationale profilering.
Actieplan Duurzame Digitalisering
Het programma bouwt voort op het eerdere Actieplan Duurzame Digitalisering 2024-2025, maar is breder en ambitieuzer. Waar het eerdere plan al streefde naar verduurzamen van overheids‑ICT en gebruik van digitalisering voor duurzaamheid, gaat de nieuwe versie een stap verder.
De kern van het programma richt zich op drie pijlers: meten, samenwerken en verduurzamen.
Meten zorgt ervoor dat de milieu-impact van IT niet blijft hangen in vage beloften. Het actieprogramma introduceert een standaardmethodiek om de CO₂-uitstoot van ICT-systemen te meten, scope 1, 2 en 3. Zo wordt inzichtelijk hoeveel de digitale infrastructuur bijdraagt aan klimaatimpact.
Samenwerken is cruciaal. Overheid, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties moeten gezamenlijk duurzame IT realiseren. Via publiek-private samenwerking en deelname aan internationale netwerken probeert Nederland expertise te bundelen en best practices uit te wisselen.
Verduurzamen betekent dat de digitale sector concreet circulair en energie-efficiënt moet opereren. Denk aan datacenters die draaien op groene stroom, circulair inkopen van hardware, energiezuinige infrastructuur en groene software. Zo wordt de digitale sector onderdeel van de circulaire economie.
Bredere circulaire en klimaatstrategie
Tegelijkertijd is er een bredere ambitie: digitalisering moet bijdragen aan andere duurzaamheidsdoelen. Via slimme data‑ecosystemen, digitale productpaspoorten en nieuwe, groene diensten wil Nederland innovaties versnellen op het gebied van energie, grondstoffen en milieu. Het plan sluit daarmee aan op de bredere circulaire en klimaatstrategie.
Toch hangt succes sterk af van uitvoering. De uitdagingen zijn bekend. IT is wereldwijd verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de broeikasgasuitstoot, bij sommige schattingen groter dan de luchtvaart. Veel organisaties missen de data en tools om hun digitale footprint te meten of te rapporteren. Anderen worstelen met eigenaarschap: hoort duurzaamheid bij IT‑afdeling, inkoop, of directie?
Digitalisering is niet louter gericht op groei, maar op balans tussen innovatie en ecologie
Daarom is ook een bredere verandering nodig. Dit is een cultuur waarin duurzaamheid standaard onderdeel is van IT‑besluitvorming, maar ook waarin organisaties bewust kiezen voor energie-efficiëntie en circulariteit. Hierin is digitalisering niet louter gericht op groei, maar op balans tussen innovatie en ecologie. Dat is het potentieel van duurzame digitalisering.
Dubbele winst in duurzame digitalisering
Voor organisaties (bedrijven, overheden, instellingen) biedt het programma kansen. Door nu in te zetten op groene IT, kunnen zij niet alleen voldoen aan toekomstige regelgeving, zoals rapportageverplichtingen, maar ook kosten besparen (minder energie, efficiënter beheer), reputatie versterken en bijdragen aan maatschappelijke doelen. Zoals TNO en consultancygroep Accenture in hun studie ‘The Green IT Value Case’ onderstrepen: duurzame IT kan business‑value opleveren en milieuwinst.
Kortom, het Actieprogramma is een krachtige stap in de goede richting. Of het daadwerkelijk effect heeft hangt af van de wil en daadkracht van alle betrokken partijen: overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Maar de basis is gelegd.
Het is goed dat Nederland deze stap zet. Het nieuwe Actieprogramma Duurzame Digitalisering 2026-2028 geeft richting, kaders en ambities. Het erkent dat digitalisering een stevige ecologische voetafdruk kan hebben en dat we daarom bewust moeten sturen. Tegelijkertijd benut het technologie om verduurzaming te versnellen: een dubbele winst.
Duurzame digitalisering boost klimaat en innovatie
Waarom het nieuwe actieprogramma cruciaal is
Duurzame digitalisering krijgt een forse impuls met het nieuwe Actieprogramma Duurzame Digitalisering 2026–2028. Dit programma moet de digitale en duurzame transities verbinden en Nederland positioneren als Europese koploper op het snijvlak van technologie en ecologie.
Het idee is helder: digitalisering biedt enorme kansen voor verduurzaming, bijvoorbeeld via energie-efficiënte datacenters of slimme AI-toepassingen die CO₂ besparen. Tegelijkertijd moet de digitale sector zelf ook duurzaam functioneren. Denk bijvoorbeeld aan groene infrastructuur, circulair inkopen en CO₂-rapportage. Tot nu toe verliepen de duurzame en digitale transities te vaak gescheiden, wat kansen liet liggen. Met dit actieprogramma hoopt de regering daar verandering in te brengen.
Verdergaande duurzame digitalisering nodig
De reden voor het nieuwe programma is concreet. Volgens de regering lopen de ‘digitale transitie’ en de ‘verduurzamingsopgave’ vaak langs elkaar heen, terwijl technologische ontwikkelingen, onder andere in AI, juist vragen om versnelling. Het huidige gebrek aan integratie leidt tot gemiste kansen op energie- en grondstofzekerheid, op vermindering van regeldruk en op internationale profilering als innovatief en duurzaam land.
Het vorige beleid, vastgelegd in het Actieplan Duurzame Digitalisering (2024–2025), had al twee doelen: de digitale sector verduurzamen en digitalisering inzetten voor verduurzaming. Maar de voortgang en ontwikkelingen, bijvoorbeeld de snelle opkomst van AI, grotere datacenters en strengere milieu- en rapportage-eisen, maken dat verdergaande actie nodig is. De nieuwe stap is daarom logisch en dringend.
Wat nieuw programma concreet doet
Het Actieprogramma Duurzame Digitalisering 2026-2028 bevat meerdere concrete maatregelen om duurzame digitalisering te versnellen en structureel te verankeren:
Goede basis, geen garantie
Het programma is zeker krachtig. Het zet in op meetbaarheid, samenwerking, groene IT-infrastructuur en integratie met klimaat- en circulaire doelen. Dit biedt een stevige basis om digitale groei en duurzaamheid hand in hand te laten gaan.
Tegelijkertijd is er reden tot voorzichtigheid. De impact draait om implementatie: hoe snel en hoe breed nemen overheden, bedrijven en instellingen duurzame IT daadwerkelijk op? Uit analyses blijkt dat de IT-sector wereldwijd al verantwoordelijk is voor circa 4% van de broeikasgasuitstoot, soms zelfs hoger dan luchtvaart.
Bovendien zijn er structurele uitdagingen. Zo hebben we te maken met beperkte data over energie- en grondstofgebruik, complexe waardeketens en vaak gebrek aan eigenaarschap of urgentie binnen organisaties.
Tot slot blijft digitale infrastructuur energie-intensief. Alleen met radicaal andere keuzes, zoals energie-efficiënte hardware, groene datacenters en circulariteit van apparaten, kan de milieu-impact substantieel omlaag.
Digitale en ecologische transitie
Minister Vincent Karremans (EZ) zet in op ’twin transition’ [foto: LinkedIn]
Minister Vincent Karremans (Economische Zaken) benadrukt het belang van de zogenaamde ‘twin transition’, de gelijktijdige transitie naar een digitale en duurzame economie. In de Kamerbrief schrijft hij dat de huidige versnippering, het gebrek aan betrouwbare data en de beperkte internationale zichtbaarheid Nederland kansen kosten. Volgens hem levert het programma niet alleen milieuwinst op, maar ook economische zekerheid en internationale profilering.
Actieplan Duurzame Digitalisering
Het programma bouwt voort op het eerdere Actieplan Duurzame Digitalisering 2024-2025, maar is breder en ambitieuzer. Waar het eerdere plan al streefde naar verduurzamen van overheids‑ICT en gebruik van digitalisering voor duurzaamheid, gaat de nieuwe versie een stap verder.
De kern van het programma richt zich op drie pijlers: meten, samenwerken en verduurzamen.
Meten zorgt ervoor dat de milieu-impact van IT niet blijft hangen in vage beloften. Het actieprogramma introduceert een standaardmethodiek om de CO₂-uitstoot van ICT-systemen te meten, scope 1, 2 en 3. Zo wordt inzichtelijk hoeveel de digitale infrastructuur bijdraagt aan klimaatimpact.
Samenwerken is cruciaal. Overheid, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties moeten gezamenlijk duurzame IT realiseren. Via publiek-private samenwerking en deelname aan internationale netwerken probeert Nederland expertise te bundelen en best practices uit te wisselen.
Verduurzamen betekent dat de digitale sector concreet circulair en energie-efficiënt moet opereren. Denk aan datacenters die draaien op groene stroom, circulair inkopen van hardware, energiezuinige infrastructuur en groene software. Zo wordt de digitale sector onderdeel van de circulaire economie.
Bredere circulaire en klimaatstrategie
Tegelijkertijd is er een bredere ambitie: digitalisering moet bijdragen aan andere duurzaamheidsdoelen. Via slimme data‑ecosystemen, digitale productpaspoorten en nieuwe, groene diensten wil Nederland innovaties versnellen op het gebied van energie, grondstoffen en milieu. Het plan sluit daarmee aan op de bredere circulaire en klimaatstrategie.
Toch hangt succes sterk af van uitvoering. De uitdagingen zijn bekend. IT is wereldwijd verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de broeikasgasuitstoot, bij sommige schattingen groter dan de luchtvaart. Veel organisaties missen de data en tools om hun digitale footprint te meten of te rapporteren. Anderen worstelen met eigenaarschap: hoort duurzaamheid bij IT‑afdeling, inkoop, of directie?
Daarom is ook een bredere verandering nodig. Dit is een cultuur waarin duurzaamheid standaard onderdeel is van IT‑besluitvorming, maar ook waarin organisaties bewust kiezen voor energie-efficiëntie en circulariteit. Hierin is digitalisering niet louter gericht op groei, maar op balans tussen innovatie en ecologie. Dat is het potentieel van duurzame digitalisering.
Dubbele winst in duurzame digitalisering
Voor organisaties (bedrijven, overheden, instellingen) biedt het programma kansen. Door nu in te zetten op groene IT, kunnen zij niet alleen voldoen aan toekomstige regelgeving, zoals rapportageverplichtingen, maar ook kosten besparen (minder energie, efficiënter beheer), reputatie versterken en bijdragen aan maatschappelijke doelen. Zoals TNO en consultancygroep Accenture in hun studie ‘The Green IT Value Case’ onderstrepen: duurzame IT kan business‑value opleveren en milieuwinst.
Kortom, het Actieprogramma is een krachtige stap in de goede richting. Of het daadwerkelijk effect heeft hangt af van de wil en daadkracht van alle betrokken partijen: overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Maar de basis is gelegd.
Het is goed dat Nederland deze stap zet. Het nieuwe Actieprogramma Duurzame Digitalisering 2026-2028 geeft richting, kaders en ambities. Het erkent dat digitalisering een stevige ecologische voetafdruk kan hebben en dat we daarom bewust moeten sturen. Tegelijkertijd benut het technologie om verduurzaming te versnellen: een dubbele winst.