Europa moet met IPCEI Cloud de digitale soevereiniteit versterken en een nieuw ecosysteem van cloud‑ en edge infrastructuur bouwen dat open, multi‑provider en interoperabel is. In zijn keynote bij NBIP Next 2025 onderstreepte Alberto Marti, Chair van de IPCEI‑CIS Industry Facilitation Group, precies die noodzaak: Europa moet samen digitale infrastructuur ontwikkelen die ons uit de greep van hyperscalers en buitenlandse tech houdt.
Europa’s positie in de wereld van cloud en digitale infrastructuur is momenteel fragiel. Grote niet‑Europese hyperscalers domineren de markt, waardoor Europese bedrijven en overheden afhankelijk blijven van platformen die buiten Europese jurisdictie opereren. Deze afhankelijkheid raakt aan digitale soevereiniteit, concurrentievermogen en zelfs nationale veiligheid, en vormt een van de belangrijkste strategische uitdagingen voor Europa in de komende jaren.
In zijn toespraak gaf Marti een glashelder en soms humoristisch overzicht van wat dit IPCEI Cloud-project inhoudt, waarom het cruciaal is en wat het voor Europa kan betekenen. Hieronder analyseren we zijn belangrijkste inzichten, aangevuld met context vanuit onafhankelijke bronnen en concrete implicaties voor bedrijven, publieke instellingen en de technologische strategie van Europa.
Europa’s wake‑up call
Europa staat voor een harde realiteit. De Europese cloudmarkt wordt gedomineerd door een paar hyperscalers, voornamelijk uit de VS, met enorme marktaandelen en investeringskracht, terwijl lokale Europese spelers zwaar ondervertegenwoordigd zijn. Marti benadrukt dit probleem herhaaldelijk: “we hebben een probleem met marktdeel, niet alleen in Europa maar wereldwijd”, en dat iets moest gebeuren om deze afhankelijkheid te doorbreken.
Het IPCEI Cloud-project erkent dit probleem officieel en pakt het aan met een collectieve investering van meer dan 3 miljard euro publiek en privaat kapitaal, verdeeld over meer dan honderd bedrijven en onderzoeksinstellingen uit minimaal twaalf lidstaten.
Europese digitale soevereiniteit is een gezamenlijke inspanning
Volgens de Europese Commissie is IPCEI Cloud de eerste IPCEI in de cloud‑ en edge‑computingruimte en richt het zich op interoperabele, open en toegankelijk cloud‑edge technologieën die een multi‑provider ecosysteem mogelijk maken.
Marti benadrukte tijdens zijn keynote dat dit initiatief verder gaat dan een technologisch project. Het is een politiek signaal van samenwerking tussen lidstaten en industrie om gezamenlijk een alternatief te creëren voor de geconcentreerde machtspositie van Big Tech buiten Europa. In zijn woorden: “het is niet alleen Brussel die dingen doet; het zijn de lidstaten die samen beslissen dat we moeten investeren”. Daarmee krachtigt hij het idee dat Europese digitale soevereiniteit een gezamenlijke inspanning is, niet iets wat van bovenaf wordt opgelegd.
IPCEI Cloud: open source als kernstrategie
Centraal in de visie van IPCEI Cloud, en een thema dat Marti keer op keer benadrukte, is het gebruik van open source-technologie. Dit project zal naar verwachting het grootste open source‑project ooit binnen de EU zijn. Voor Marti is open source niet slechts een technische keuze, maar een filosofie die Europa kan bevrijden van afhankelijkheid van proprietary systemen.“We moeten zoveel mogelijk Europese open source-technologie gebruiken”, zei hij.
De open source-aanpak dient verschillende doelen tegelijk. Het bevordert innovatie door samenwerking tussen diverse partijen, het vermindert vendor lock‑in en creëert een ecosysteem waarin technologische kennis en code transparant gedeeld kan worden. Het doel is dat softwarecomponenten die binnen IPCEI ontstaan, voor iedereen beschikbaar worden gemaakt zodat bedrijven, publieke instellingen en integratoren ze kunnen adopteren.
Maar Marti was ook duidelijk over de uitdagingen: open source is niet automatisch soeverein. Er bestaan structurele problemen zoals afhankelijkheid van externe diensten zoals GitHub of dominante techbedrijven die open source-projecten beheersen. “Waarom zouden we GitHub gebruiken? Waarom bouwen we niet een Europese open source-infrastructuur?”, vroeg hij zich af, verwijzend naar de noodzaak om ook de infrastructuur waarop open source wordt ontwikkeld Europees te maken.
Cloud‑Edge Continuum
Alberto Marti [foto: LinkedIn]
Een van de kernconcepten van IPCEI Cloud is het bouwen van een multi‑provider cloud‑edge continuum. In de traditionele cloudarchitectuur bevinden data en compute zich in grote centraal beheerde datacenters. De visie van IPCEI is om dit uit te breiden met gedistribueerde infrastructuur, van datacenters tot aan lokale edge nodes, waarop workloads soepel kunnen bewegen.
Marti beschreef dit met luchtige, maar treffende voorbeelden: “we willen workloads migreren van de ene plek naar de andere… alsof een vrachtwagen Duitsland uitrijdt en Frankrijk binnenrijdt en voortdurend verbonden blijft”, wat de complexiteit illustreert van deze ambitie. Deze gedistribueerde aanpak maakt real‑time toepassingen mogelijk, zoals Industrie 4.0, autonome systemen, logistieke processen en AI‑applicaties die lage latentie vereisen.
In de context van AI benoemde Marti dat IPCEI Cloud ook moet inspelen op de ontwikkeling van Europese AI‑fabrieken; geïntegreerde infrastructuren voor AI‑ontwikkeling en inferentie die niet afhankelijk zijn van buitenlandse software‑stacks. Dit is essentieel omdat, zoals Marti stelde, “de kans groot is dat we over een paar jaar een volledige software stack hebben van Amerikaanse providers bovenop Amerikaanse GPU’s, en dat willen we vermijden”. Hier koppelt hij Europese cloudstrategie direct aan de bredere AI‑strategie.
Samenwerking: van industrie tot publieke adoptie
IPCEI Cloud brengt niet alleen technologiebedrijven samen, maar ook eindgebruikers uit industrie, telecomproviders en andere sectoren, en zelfs bedrijven die traditioneel geen technologische spelers zijn, zoals Fincantieri of Deutsche Bahn. Dit is uniek omdat het een breed ecosysteem bouwt waarin technologische ontwikkeling en adoptie hand in hand gaan.
Marti benadrukte dat samenwerking tussen kleine en middelgrote ondernemingen (MKB), grote spelers en publieke instellingen essentieel is om een kritische massa te bereiken. Kleine bedrijven kunnen snel besluiten en hun eigen technologie gebruiken, terwijl grote bedrijven en publieke sectoren de adoptie kunnen opschalen. In zijn woorden: “de potentie ligt bij de kleine Europese bedrijven om vertrouwen op te bouwen en een kritische massa te vormen op nationaal niveau.”
Hij riep bedrijven op om hun eigen afhankelijkheden van open source-technologie in kaart te brengen en actief bij te dragen aan projecten waar hun kritische componenten liggen. Volgens Marti kan zelfs een klein percentage van een engineer’s tijd die aan open source wordt besteed, al een begin zijn van strategische verandering.
Praktische stappen IPCEI Cloud
Een belangrijk moment in Marti’s toespraak was zijn praktische advies voor dienstverleners: wat kunnen zij vandaag doen? Zijn antwoord was duidelijk: je hoeft niet te wachten tot 2026. Europa heeft al alternatieven en open source-oplossingen buiten IPCEI die je vandaag kunt adopteren om afhankelijkheid van dominante technologieën te verminderen.
Integratoren spelen een cruciale rol om technologie in productieomgevingen te brengen
Hij noemde expliciet dat er Europese cloud‑ en infrastructuurproviders zijn die open source-technologie gebruiken en die al uitwisselbare componenten aanbieden. Ook integratoren spelen een cruciale rol om deze technologie in productieomgevingen te brengen. Bedrijven moeten zich echter bewust zijn van hun afhankelijkheden, technische governance en de risico’s van vendor lock‑in.
Open source governance
Marti gaf ook een scherpe reflectie op de noodzaak van governance voor open source-projecten. Deze zijn vaak chaotisch en gefragmenteerd, en hij stelde dat er behoefte is aan een non‑profit structuur die kan helpen European open source-projecten te beheren, onderhouden en ondersteunen.
Hij haalde het voorbeeld aan van NTP, een cruciaal open source-component dat door een enkele ontwikkelaar wordt onderhouden, om aan te tonen hoeveel risico’s er zijn als niemand verantwoordelijkheid neemt voor kritisch gebruikte code.
IPCEI Cloud als infrastructuurmotor
De kernboodschap van Alberto Marti’s keynote is dat Europa een enorme kans en een nog grotere uitdaging heeft: het creëren van een digitale gemeenschappelijke infrastructuur die open, interoperabel en veerkrachtig is, en die Europese waarden en economische belangen beschermt.
Digitale soevereiniteit is niet slechts een slogan, maar een operationeel feit
Het IPCEI Cloud-project vormt het hart van deze strategie. Door een multi‑provider cloud‑edge continuum te bouwen, open source als basis te gebruiken en een breed ecosysteem van actoren samen te brengen, bereidt Europa zich voor op een toekomst waarin digitale soevereiniteit niet slechts een slogan is, maar een operationeel feit.
Europa moet echter waakzaam blijven: open source vereist governance, bedrijven moeten actief hun afhankelijkheden beheren en publieke instellingen moeten leiderschap tonen bij adoptie en samenwerking. Zoals Marti het formuleerde: “we moeten samen werken, niet alleen praten over wat we van Brussel verwachten”.
IPCEI Cloud bouwt Europese digitale soevereiniteit
Open source centraal voor Europese cloud
Europa moet met IPCEI Cloud de digitale soevereiniteit versterken en een nieuw ecosysteem van cloud‑ en edge infrastructuur bouwen dat open, multi‑provider en interoperabel is. In zijn keynote bij NBIP Next 2025 onderstreepte Alberto Marti, Chair van de IPCEI‑CIS Industry Facilitation Group, precies die noodzaak: Europa moet samen digitale infrastructuur ontwikkelen die ons uit de greep van hyperscalers en buitenlandse tech houdt.
Europa’s positie in de wereld van cloud en digitale infrastructuur is momenteel fragiel. Grote niet‑Europese hyperscalers domineren de markt, waardoor Europese bedrijven en overheden afhankelijk blijven van platformen die buiten Europese jurisdictie opereren. Deze afhankelijkheid raakt aan digitale soevereiniteit, concurrentievermogen en zelfs nationale veiligheid, en vormt een van de belangrijkste strategische uitdagingen voor Europa in de komende jaren.
IPCEI-CIS
De Europese Unie en een groep lidstaten hebben daarom het Important Project of Common European Interest on Next Generation Cloud Infrastructure and Services (IPCEI‑CIS) opgezet, dat grote publieke en private investeringen bundelt om een open en decentraal cloud‑edge ecosysteem te bouwen dat Europese waarden reflecteert.
In zijn toespraak gaf Marti een glashelder en soms humoristisch overzicht van wat dit IPCEI Cloud-project inhoudt, waarom het cruciaal is en wat het voor Europa kan betekenen. Hieronder analyseren we zijn belangrijkste inzichten, aangevuld met context vanuit onafhankelijke bronnen en concrete implicaties voor bedrijven, publieke instellingen en de technologische strategie van Europa.
Europa’s wake‑up call
Europa staat voor een harde realiteit. De Europese cloudmarkt wordt gedomineerd door een paar hyperscalers, voornamelijk uit de VS, met enorme marktaandelen en investeringskracht, terwijl lokale Europese spelers zwaar ondervertegenwoordigd zijn. Marti benadrukt dit probleem herhaaldelijk: “we hebben een probleem met marktdeel, niet alleen in Europa maar wereldwijd”, en dat iets moest gebeuren om deze afhankelijkheid te doorbreken.
Het IPCEI Cloud-project erkent dit probleem officieel en pakt het aan met een collectieve investering van meer dan 3 miljard euro publiek en privaat kapitaal, verdeeld over meer dan honderd bedrijven en onderzoeksinstellingen uit minimaal twaalf lidstaten.
Volgens de Europese Commissie is IPCEI Cloud de eerste IPCEI in de cloud‑ en edge‑computingruimte en richt het zich op interoperabele, open en toegankelijk cloud‑edge technologieën die een multi‑provider ecosysteem mogelijk maken.
Marti benadrukte tijdens zijn keynote dat dit initiatief verder gaat dan een technologisch project. Het is een politiek signaal van samenwerking tussen lidstaten en industrie om gezamenlijk een alternatief te creëren voor de geconcentreerde machtspositie van Big Tech buiten Europa. In zijn woorden: “het is niet alleen Brussel die dingen doet; het zijn de lidstaten die samen beslissen dat we moeten investeren”. Daarmee krachtigt hij het idee dat Europese digitale soevereiniteit een gezamenlijke inspanning is, niet iets wat van bovenaf wordt opgelegd.
IPCEI Cloud: open source als kernstrategie
Centraal in de visie van IPCEI Cloud, en een thema dat Marti keer op keer benadrukte, is het gebruik van open source-technologie. Dit project zal naar verwachting het grootste open source‑project ooit binnen de EU zijn. Voor Marti is open source niet slechts een technische keuze, maar een filosofie die Europa kan bevrijden van afhankelijkheid van proprietary systemen.“We moeten zoveel mogelijk Europese open source-technologie gebruiken”, zei hij.
De open source-aanpak dient verschillende doelen tegelijk. Het bevordert innovatie door samenwerking tussen diverse partijen, het vermindert vendor lock‑in en creëert een ecosysteem waarin technologische kennis en code transparant gedeeld kan worden. Het doel is dat softwarecomponenten die binnen IPCEI ontstaan, voor iedereen beschikbaar worden gemaakt zodat bedrijven, publieke instellingen en integratoren ze kunnen adopteren.
Maar Marti was ook duidelijk over de uitdagingen: open source is niet automatisch soeverein. Er bestaan structurele problemen zoals afhankelijkheid van externe diensten zoals GitHub of dominante techbedrijven die open source-projecten beheersen. “Waarom zouden we GitHub gebruiken? Waarom bouwen we niet een Europese open source-infrastructuur?”, vroeg hij zich af, verwijzend naar de noodzaak om ook de infrastructuur waarop open source wordt ontwikkeld Europees te maken.
Cloud‑Edge Continuum
Een van de kernconcepten van IPCEI Cloud is het bouwen van een multi‑provider cloud‑edge continuum. In de traditionele cloudarchitectuur bevinden data en compute zich in grote centraal beheerde datacenters. De visie van IPCEI is om dit uit te breiden met gedistribueerde infrastructuur, van datacenters tot aan lokale edge nodes, waarop workloads soepel kunnen bewegen.
Marti beschreef dit met luchtige, maar treffende voorbeelden: “we willen workloads migreren van de ene plek naar de andere… alsof een vrachtwagen Duitsland uitrijdt en Frankrijk binnenrijdt en voortdurend verbonden blijft”, wat de complexiteit illustreert van deze ambitie. Deze gedistribueerde aanpak maakt real‑time toepassingen mogelijk, zoals Industrie 4.0, autonome systemen, logistieke processen en AI‑applicaties die lage latentie vereisen.
In de context van AI benoemde Marti dat IPCEI Cloud ook moet inspelen op de ontwikkeling van Europese AI‑fabrieken; geïntegreerde infrastructuren voor AI‑ontwikkeling en inferentie die niet afhankelijk zijn van buitenlandse software‑stacks. Dit is essentieel omdat, zoals Marti stelde, “de kans groot is dat we over een paar jaar een volledige software stack hebben van Amerikaanse providers bovenop Amerikaanse GPU’s, en dat willen we vermijden”. Hier koppelt hij Europese cloudstrategie direct aan de bredere AI‑strategie.
Samenwerking: van industrie tot publieke adoptie
IPCEI Cloud brengt niet alleen technologiebedrijven samen, maar ook eindgebruikers uit industrie, telecomproviders en andere sectoren, en zelfs bedrijven die traditioneel geen technologische spelers zijn, zoals Fincantieri of Deutsche Bahn. Dit is uniek omdat het een breed ecosysteem bouwt waarin technologische ontwikkeling en adoptie hand in hand gaan.
Marti benadrukte dat samenwerking tussen kleine en middelgrote ondernemingen (MKB), grote spelers en publieke instellingen essentieel is om een kritische massa te bereiken. Kleine bedrijven kunnen snel besluiten en hun eigen technologie gebruiken, terwijl grote bedrijven en publieke sectoren de adoptie kunnen opschalen. In zijn woorden: “de potentie ligt bij de kleine Europese bedrijven om vertrouwen op te bouwen en een kritische massa te vormen op nationaal niveau.”
Hij riep bedrijven op om hun eigen afhankelijkheden van open source-technologie in kaart te brengen en actief bij te dragen aan projecten waar hun kritische componenten liggen. Volgens Marti kan zelfs een klein percentage van een engineer’s tijd die aan open source wordt besteed, al een begin zijn van strategische verandering.
Praktische stappen IPCEI Cloud
Een belangrijk moment in Marti’s toespraak was zijn praktische advies voor dienstverleners: wat kunnen zij vandaag doen? Zijn antwoord was duidelijk: je hoeft niet te wachten tot 2026. Europa heeft al alternatieven en open source-oplossingen buiten IPCEI die je vandaag kunt adopteren om afhankelijkheid van dominante technologieën te verminderen.
Hij noemde expliciet dat er Europese cloud‑ en infrastructuurproviders zijn die open source-technologie gebruiken en die al uitwisselbare componenten aanbieden. Ook integratoren spelen een cruciale rol om deze technologie in productieomgevingen te brengen. Bedrijven moeten zich echter bewust zijn van hun afhankelijkheden, technische governance en de risico’s van vendor lock‑in.
Open source governance
Marti gaf ook een scherpe reflectie op de noodzaak van governance voor open source-projecten. Deze zijn vaak chaotisch en gefragmenteerd, en hij stelde dat er behoefte is aan een non‑profit structuur die kan helpen European open source-projecten te beheren, onderhouden en ondersteunen.
Hij haalde het voorbeeld aan van NTP, een cruciaal open source-component dat door een enkele ontwikkelaar wordt onderhouden, om aan te tonen hoeveel risico’s er zijn als niemand verantwoordelijkheid neemt voor kritisch gebruikte code.
IPCEI Cloud als infrastructuurmotor
De kernboodschap van Alberto Marti’s keynote is dat Europa een enorme kans en een nog grotere uitdaging heeft: het creëren van een digitale gemeenschappelijke infrastructuur die open, interoperabel en veerkrachtig is, en die Europese waarden en economische belangen beschermt.
Het IPCEI Cloud-project vormt het hart van deze strategie. Door een multi‑provider cloud‑edge continuum te bouwen, open source als basis te gebruiken en een breed ecosysteem van actoren samen te brengen, bereidt Europa zich voor op een toekomst waarin digitale soevereiniteit niet slechts een slogan is, maar een operationeel feit.
Europa moet echter waakzaam blijven: open source vereist governance, bedrijven moeten actief hun afhankelijkheden beheren en publieke instellingen moeten leiderschap tonen bij adoptie en samenwerking. Zoals Marti het formuleerde: “we moeten samen werken, niet alleen praten over wat we van Brussel verwachten”.