De digitale overheid faalt niet door een gebrek aan technologie, maar door bestuurlijke keuzes die structurele problemen laten voortbestaan. Dat is de centrale analyse van Onno Eric Blom, directeur van Herprogrammeer de Overheid. In aanloop naar een nieuw regeerakkoord waarschuwt hij dat zonder een stevige digitale ruggengraat elke beleidswijziging strandt in de uitvoering.
Blom plaatst digitalisering niet in de categorie innovatie of efficiency, maar in die van staatskracht. Wie niet investeert in goed werkende ICT-systemen, ondermijnt de rechtsstaat, publieke dienstverlening en het vertrouwen van burgers. Zijn recente oproep sluit aan op jarenlange signalen van uitvoeringsorganisaties, toezichthouders en onderzoekers, maar is urgenter dan ooit.
De voorbeelden stapelen zich op. Van het Openbaar Ministerie dat waarschuwt voor fouten in strafzaken, tot gemeenten die ontdekken dat hun keuze voor een Nederlandse cloudprovider alsnog leidt tot buitenlandse zeggenschap. Volgens Blom zijn dit geen incidenten, maar symptomen van een dieper liggend probleem.
Digitale overheid als randvoorwaarde voor bestuur
Blom benadrukt dat elk kabinet zijn ambities formuleert in beleid, maar zelden in uitvoering. Ministers spreken over woningbouw, hervorming van belastingen of versterking van de rechtsstaat, maar ontdekken pas later dat ICT-systemen de bottleneck vormen. Vergunningen blijven liggen omdat systemen niet schaalbaar zijn. Nieuwe wetgeving blijkt niet te implementeren in verouderde software. Rechtspraak vertraagt door falende ketensystemen.
Die spanning tussen beleid en uitvoering is volgens Blom structureel. De overheid behandelt digitalisering nog te vaak als ondersteunend, terwijl het in werkelijkheid fundamenteel is. Zonder digitale infrastructuur die meebeweegt met beleidswijzigingen, ontstaat bestuurlijke verlamming.
De brandbrief van drieduizend medewerkers van het Openbaar Ministerie maakt dat pijnlijk concreet. Meer dan de helft van alle medewerkers ondertekende binnen enkele dagen een waarschuwing dat zij hun werk niet meer verantwoord kunnen uitvoeren door falende ICT. Voor Blom is dit een alarmsignaal dat de digitale overheid direct raakt aan de rechtsstaat.
Versnippering als bestuurlijk falen
In de analyse van Blom is versnippering een van de kernoorzaken. Ministeries, uitvoeringsorganisaties en gemeenten ontwikkelen en beheren hun eigen systemen, contracten en data-architecturen. Die autonomie lijkt logisch, maar leidt in de praktijk tot een landschap van slecht gekoppelde applicaties, complexe migraties en hoge beheerkosten.
Digitale overheid is onlosmakelijk verbonden met geopolitiek
Deze versnippering is geen technisch toeval. Ze is het gevolg van bestuurlijke keuzes waarin niemand eindverantwoordelijk is voor het geheel. Blom stelt dat digitalisering te weinig politieke regie kent. Er is geen bewindspersoon met voldoende mandaat om standaarden af te dwingen, samenhang te organiseren en knopen door te hakken.
Onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid laat zien dat dit gebrek aan regie leidt tot systeemrisico’s die zich opstapelen. Toch blijft de reflex bestaan om problemen projectmatig op te lossen, in plaats van structureel. Volgens Blom moet het regeerakkoord expliciet bereid zijn te sleutelen aan de machinerie van de overheid zelf.
Door Amerikaanse wetgeving, zoals de US Cloud Act, kan de Amerikaanse overheid toegang eisen tot data van Amerikaanse bedrijven, ongeacht waar die data zich bevindt. Blom wijst erop dat dit geen hypothetisch risico is. Het Internationaal Strafhof werd al geconfronteerd met beperkingen in toegang tot Microsoft-diensten.
Voor Blom toont dit aan dat digitale overheid onlosmakelijk verbonden is met geopolitiek. Wie afhankelijk is van buitenlandse infrastructuur, verliest autonomie. Europese en nationale cloudoplossingen zijn daarom geen protectionisme, maar een noodzakelijke voorwaarde voor democratische controle en rechtsbescherming.
Minder externe inhuur, meer publieke kennis
Onno Eric Blom [foto: LinkedIn]
Blom is ook kritisch op de manier waarop de overheid haar digitale capaciteit organiseert. Jarenlang is ingezet op externe inhuur, grote consultancycontracten en systeemintegratoren. Dat model levert op korte termijn capaciteit, maar ondermijnt op lange termijn kennisopbouw.
Wanneer projecten worden opgeleverd, verdwijnt de expertise weer. De overheid blijft achter met complexe systemen die intern nauwelijks worden begrepen. Dat vergroot de afhankelijkheid van leveranciers en maakt aanpassing kostbaar en risicovol.
Herprogrammeer de Overheid pleit daarom voor structurele investeringen in eigen digitaal talent. Dat betekent marktconform betalen, loopbaanperspectief bieden en digitale expertise positioneren als kerncompetentie. Internationale voorbeelden, zoals de Britse Government Digital Service, laten zien dat dit werkt wanneer digitale professionals daadwerkelijk mandaat krijgen.
Van aanbestedingslogica naar publieke waarde
Volgens Blom zit een deel van het probleem in de huidige aanbestedingspraktijk. Grote, internationale partijen zijn beter toegerust om complexe aanbestedingen te winnen. Ze hebben juridische capaciteit, schaal en ervaring. Maar die logica botst met publieke waarden.
Grootschalige contracten leiden tot lock-ins, beperkte transparantie en weinig flexibiliteit. Blom pleit voor meer ruimte voor mkb’ers, open source oplossingen en modulaire architecturen. Niet alles hoeft in een keer perfect. Door te werken met prototypes en iteratieve ontwikkeling kan de overheid risico’s verkleinen en sneller leren.
Dat vraagt om een andere definitie van succes. Niet de laagste prijs of snelste oplevering, maar betrouwbaarheid, uitlegbaarheid en maatschappelijke impact moeten leidend zijn.
Strategie boven symboliek in regeerakkoord
Blom waarschuwt expliciet tegen symbolische passages over digitalisering in het regeerakkoord. Zinnen over kansen en risico’s veranderen niets zolang ze niet worden vertaald naar concrete verantwoordelijkheden, investeringen en keuzes.
Het ontbreekt aan durf om de onderliggende systeemlogica te verandere
Een serieuze digitale strategie benoemt wie eindverantwoordelijk is voor de digitale overheid. Ze maakt duidelijk welke systemen prioriteit krijgen, hoe samenhang wordt afgedwongen en hoe kennis wordt geborgd. Zonder die keuzes blijft digitalisering versnipperd en reactief.
Volgens Blom heeft het nieuwe kabinet geen gebrek aan analyses. Het ontbreekt aan durf om de onderliggende systeemlogica te veranderen. Dat is ongemakkelijk, want het raakt gevestigde belangen en bestaande structuren. Maar uitstel betekent dat problemen blijven doorschuiven.
Digitale overheid als democratische opdracht
In Bloms visie is digitale overheid geen technisch dossier, maar een democratische opdracht. Burgers moeten kunnen vertrouwen op systemen die doen wat de wet belooft. Professionals moeten hun werk kunnen uitvoeren zonder voortdurend te improviseren. Bestuurders moeten weten dat beleid uitvoerbaar is.
Een overheid zonder digitale ruggengraat verliest geloofwaardigheid. Niet omdat ambities ontbreken, maar omdat de uitvoering faalt. Bloms analyse maakt duidelijk dat dit geen natuurwet is. Het is het gevolg van keuzes, en dus ook te veranderen door andere keuzes.
De vraag voor het nieuwe kabinet is niet of digitalisering belangrijk is, maar of het bereid is om digitalisering serieus te nemen als fundament van bestuur.
“Digitale overheid zonder ruggengraat faalt”
Onno Eric Blom: Keuzes maken in regeerakkoord
De digitale overheid faalt niet door een gebrek aan technologie, maar door bestuurlijke keuzes die structurele problemen laten voortbestaan. Dat is de centrale analyse van Onno Eric Blom, directeur van Herprogrammeer de Overheid. In aanloop naar een nieuw regeerakkoord waarschuwt hij dat zonder een stevige digitale ruggengraat elke beleidswijziging strandt in de uitvoering.
Blom plaatst digitalisering niet in de categorie innovatie of efficiency, maar in die van staatskracht. Wie niet investeert in goed werkende ICT-systemen, ondermijnt de rechtsstaat, publieke dienstverlening en het vertrouwen van burgers. Zijn recente oproep sluit aan op jarenlange signalen van uitvoeringsorganisaties, toezichthouders en onderzoekers, maar is urgenter dan ooit.
De voorbeelden stapelen zich op. Van het Openbaar Ministerie dat waarschuwt voor fouten in strafzaken, tot gemeenten die ontdekken dat hun keuze voor een Nederlandse cloudprovider alsnog leidt tot buitenlandse zeggenschap. Volgens Blom zijn dit geen incidenten, maar symptomen van een dieper liggend probleem.
Digitale overheid als randvoorwaarde voor bestuur
Blom benadrukt dat elk kabinet zijn ambities formuleert in beleid, maar zelden in uitvoering. Ministers spreken over woningbouw, hervorming van belastingen of versterking van de rechtsstaat, maar ontdekken pas later dat ICT-systemen de bottleneck vormen. Vergunningen blijven liggen omdat systemen niet schaalbaar zijn. Nieuwe wetgeving blijkt niet te implementeren in verouderde software. Rechtspraak vertraagt door falende ketensystemen.
Die spanning tussen beleid en uitvoering is volgens Blom structureel. De overheid behandelt digitalisering nog te vaak als ondersteunend, terwijl het in werkelijkheid fundamenteel is. Zonder digitale infrastructuur die meebeweegt met beleidswijzigingen, ontstaat bestuurlijke verlamming.
De brandbrief van drieduizend medewerkers van het Openbaar Ministerie maakt dat pijnlijk concreet. Meer dan de helft van alle medewerkers ondertekende binnen enkele dagen een waarschuwing dat zij hun werk niet meer verantwoord kunnen uitvoeren door falende ICT. Voor Blom is dit een alarmsignaal dat de digitale overheid direct raakt aan de rechtsstaat.
Versnippering als bestuurlijk falen
In de analyse van Blom is versnippering een van de kernoorzaken. Ministeries, uitvoeringsorganisaties en gemeenten ontwikkelen en beheren hun eigen systemen, contracten en data-architecturen. Die autonomie lijkt logisch, maar leidt in de praktijk tot een landschap van slecht gekoppelde applicaties, complexe migraties en hoge beheerkosten.
Deze versnippering is geen technisch toeval. Ze is het gevolg van bestuurlijke keuzes waarin niemand eindverantwoordelijk is voor het geheel. Blom stelt dat digitalisering te weinig politieke regie kent. Er is geen bewindspersoon met voldoende mandaat om standaarden af te dwingen, samenhang te organiseren en knopen door te hakken.
Onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid laat zien dat dit gebrek aan regie leidt tot systeemrisico’s die zich opstapelen. Toch blijft de reflex bestaan om problemen projectmatig op te lossen, in plaats van structureel. Volgens Blom moet het regeerakkoord expliciet bereid zijn te sleutelen aan de machinerie van de overheid zelf.
Digitale soevereiniteit onder druk
Een tweede pijler in Bloms betoog is digitale soevereiniteit. De overname van Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl maakte duidelijk hoe kwetsbaar kritische infrastructuur is. Gemeenten kozen bewust voor een Nederlandse cloudprovider om controle te houden over data en systemen. Die keuze bleek onvoldoende bescherming te bieden.
Door Amerikaanse wetgeving, zoals de US Cloud Act, kan de Amerikaanse overheid toegang eisen tot data van Amerikaanse bedrijven, ongeacht waar die data zich bevindt. Blom wijst erop dat dit geen hypothetisch risico is. Het Internationaal Strafhof werd al geconfronteerd met beperkingen in toegang tot Microsoft-diensten.
Voor Blom toont dit aan dat digitale overheid onlosmakelijk verbonden is met geopolitiek. Wie afhankelijk is van buitenlandse infrastructuur, verliest autonomie. Europese en nationale cloudoplossingen zijn daarom geen protectionisme, maar een noodzakelijke voorwaarde voor democratische controle en rechtsbescherming.
Minder externe inhuur, meer publieke kennis
Onno Eric Blom [foto: LinkedIn]
Wanneer projecten worden opgeleverd, verdwijnt de expertise weer. De overheid blijft achter met complexe systemen die intern nauwelijks worden begrepen. Dat vergroot de afhankelijkheid van leveranciers en maakt aanpassing kostbaar en risicovol.
Herprogrammeer de Overheid pleit daarom voor structurele investeringen in eigen digitaal talent. Dat betekent marktconform betalen, loopbaanperspectief bieden en digitale expertise positioneren als kerncompetentie. Internationale voorbeelden, zoals de Britse Government Digital Service, laten zien dat dit werkt wanneer digitale professionals daadwerkelijk mandaat krijgen.
Van aanbestedingslogica naar publieke waarde
Volgens Blom zit een deel van het probleem in de huidige aanbestedingspraktijk. Grote, internationale partijen zijn beter toegerust om complexe aanbestedingen te winnen. Ze hebben juridische capaciteit, schaal en ervaring. Maar die logica botst met publieke waarden.
Grootschalige contracten leiden tot lock-ins, beperkte transparantie en weinig flexibiliteit. Blom pleit voor meer ruimte voor mkb’ers, open source oplossingen en modulaire architecturen. Niet alles hoeft in een keer perfect. Door te werken met prototypes en iteratieve ontwikkeling kan de overheid risico’s verkleinen en sneller leren.
Dat vraagt om een andere definitie van succes. Niet de laagste prijs of snelste oplevering, maar betrouwbaarheid, uitlegbaarheid en maatschappelijke impact moeten leidend zijn.
Strategie boven symboliek in regeerakkoord
Blom waarschuwt expliciet tegen symbolische passages over digitalisering in het regeerakkoord. Zinnen over kansen en risico’s veranderen niets zolang ze niet worden vertaald naar concrete verantwoordelijkheden, investeringen en keuzes.
Een serieuze digitale strategie benoemt wie eindverantwoordelijk is voor de digitale overheid. Ze maakt duidelijk welke systemen prioriteit krijgen, hoe samenhang wordt afgedwongen en hoe kennis wordt geborgd. Zonder die keuzes blijft digitalisering versnipperd en reactief.
Volgens Blom heeft het nieuwe kabinet geen gebrek aan analyses. Het ontbreekt aan durf om de onderliggende systeemlogica te veranderen. Dat is ongemakkelijk, want het raakt gevestigde belangen en bestaande structuren. Maar uitstel betekent dat problemen blijven doorschuiven.
Digitale overheid als democratische opdracht
In Bloms visie is digitale overheid geen technisch dossier, maar een democratische opdracht. Burgers moeten kunnen vertrouwen op systemen die doen wat de wet belooft. Professionals moeten hun werk kunnen uitvoeren zonder voortdurend te improviseren. Bestuurders moeten weten dat beleid uitvoerbaar is.
Een overheid zonder digitale ruggengraat verliest geloofwaardigheid. Niet omdat ambities ontbreken, maar omdat de uitvoering faalt. Bloms analyse maakt duidelijk dat dit geen natuurwet is. Het is het gevolg van keuzes, en dus ook te veranderen door andere keuzes.
De vraag voor het nieuwe kabinet is niet of digitalisering belangrijk is, maar of het bereid is om digitalisering serieus te nemen als fundament van bestuur.