De introductie van een portemonnee‑model voor digitale identiteit, vaak aangeduid als de Regulation (EU) 2024/1183 (die het stelsel van de eIDAS Regulation aanvult), betekent een fundamentele verschuiving voor burgers, bedrijven én overheden. In Nederland zien we dat veel gemeenten terughoudend zijn met deze EUDI-wallet: de opkomst bij werkconferenties is beperkt, de kennis over ‘wallets’ en ‘credentials’ wisselt sterk en de rol van gemeenten in dit nieuwe ecosysteem is nog onvoldoende helder. Deze terughoudendheid is begrijpelijk, maar biedt ook risico’s.
In dit artikel analyseren we wat er speelt, wat de voornaamste obstakels zijn en waarom juist nu actie geboden is.
Belofte van EUDI-wallet
De kern van het stelsel: elke EU‑lidstaat moet uiterlijk eind 2026 minimaal één digitale identiteit‑wallet (EUDI-wallet) aanbieden aan burgers en bedrijven. Deze wallet maakt het mogelijk om:
digitale documenten en credentials op te slaan, te delen of elektronisch te ondertekenen;
de regie over persoonsgegevens in eigen hand te nemen, door alleen de minimale noodzakelijke gegevens te delen.
Voor een gemeente of (semi‑)overheidsorganisatie betekent dit nieuwe mogelijkheden: snellere dienstverlening, minder administratieve lasten, betere gebruikerservaring en versterkt vertrouwen. Maar het betekent ook nadenken over rollen (issuer, holder, verifier), procesverandering en samenwerking met leveranciers en bronhouders.
Huidige werkelijkheid bij gemeenten
[Foto: Davidqr | Pixabay]
Vier opvallende knelpunten komen naar voren in recente praktijkobservaties, relevant voor gemeenten die willen anticiperen:
Beperkte betrokkenheid van gemeenten In de werkconferentie over de Europese Digitale Identiteit was de opkomst van gemeenten relatief laag; vooral uitvoerende organisaties en leveranciers waren aanwezig. Dit wijst op een voorzichtig begin van adoptie.
Wisselend kennisniveau over wallets en credentials Veel deelnemers hebben onvoldoende helder beeld bij wat een wallet en credentials toevoegen ten opzichte van de huidige situatie. Dat belemmert innovatie en toepassing.
Onzekerheid over het stelsel Het nieuwe stelsel (EUDI/ecosysteem) is nog volop in ontwikkeling, waardoor veel gemeenten en bronhouders terughoudend blijven. Zij wachten op meer duidelijkheid of richting.
Focus op ontvangst in plaats van afgifte Veel gemeenten denken in termen van “gegevens die zij ontvangen van burgers in processen” (sociaal domein, vergunningen), terwijl zij zelf ook credentials kunnen uitgeven of controleren. De rol van bronhouder of verifier verdient meer aandacht.
Deze punten geven inzicht in waarom veel gemeenten nog niet actief experimenteren. En juist door niet te experimenteren, missen ze de kans om nu relevante ervaring op te doen.
Waarom experimenteren met EUDI-wallet essentieel is
Experimenteren met wallet‑ecosystemen is geen luxe: het is noodzakelijk. Hieronder drie redenen waarom:
Zicht krijgen op daadwerkelijke meerwaarde Alleen door praktijkexperimenten wordt duidelijk welke scenario’s echt verschil maken, hoe processen veranderen, welke technische/organisatorische randvoorwaarden nodig zijn en waar waardebehoud zit.
Samenwerking vormgeven tussen stakeholders Techniek, proces, beleid en gebruiker moeten samenkomen. Door te experimenteren ontstaan inzichten in rollen (issuer, holder, verifier), samenwerkingsvormen en governance‑modellen.
Voorbereiden op verplichtingen en standaarden De juridische en technische kaders zijn in opbouw. Vooraf ervaring opdoen helpt gemeenten om straks sneller te voldoen aan verplichtingen en interoperabiliteit te realiseren.
Voor gemeenten betekent dit: niet afwachten, maar klein beginnen
Er zijn al voorbeelden van experimenten. Zo werkt Nederland mee aan grote pilot‑programma’s zoals de WE BUILD Consortium, die 13 use‑cases omvat voor bedrijfs‑ en betalingsinteracties in wallet‑ecosystemen. Technische inzichten uit de eerste pilotfase benadrukken het belang van interoperabiliteit en hergebruik van lessen.
Voor gemeenten betekent dit: niet afwachten, maar klein beginnen (bijvoorbeeld één dienst, één use‐case, interne processen) met beschikbare tooling, open ecosystemen en samenwerkingspartners.
Welke rol kunnen gemeenten innemen?
Gemeenten kunnen meerdere rollen spelen in het wallet‑ecosysteem: als uitgever (issuer) van credentials, als verificerende partij (verifier) of als deelnemer (holder). Hieronder praktische aandachtspunten:
Identificeer een concrete dienst of traject waarmee een pilot‑wallet kan worden gestart (bijvoorbeeld vergunningverlening, sociaal domein, medewerkersportfolio).
Breng samenwerkingsketen in kaart: wie is bronhouder, wie verstrekt, wie controleert? Dit vraagt om proces‑ en stakeholderanalyse.
Gebruik beschikbare open tools en community’s zoals de FIDES Community die bijvoorbeeld een ‘Open Community Track’ voor gemeenten heeft opgezet.
Meet en leer: leg vooraf KPI’s vast (gebruikersacceptatie, procesdoorlooptijd, klanttevredenheid, kostenefficiëntie) en documenteer ervaringen.
Plan voor opschaling: denk bij de pilot al na over governance, standaardisatie en interoperabiliteit (nationaal en Europees).
Door zo te werk te gaan, kunnen gemeenten zich positioneren als proactieve spelers in het digitale identiteit‑ecosysteem in plaats van afwachtende volgers.
Digitale soevereiniteit en vertrouwen: burgers krijgen regie over hun gegevens; veiligheid en privacy staan centraal.
Inclusie en toegankelijkheid: goed ontworpen oplossingen kunnen digitale participatie bevorderen.
Efficiëntie en& innovatie: publieke diensten kunnen sneller, slimmer en klantgerichter worden ingericht.
Samenwerking publiek‑privaat: nieuwe vormen van dienstverlening en ketensamenwerking komen mogelijk.
Voor gemeenten gaat het dus niet alleen om techniek, maar om maatschappelijke impact, veranderende dienstverlening en toekomstbestendige infrastructuur.
Start nu met EUDI-wallet
Het moment om te beginnen met de EUDI-wallet is nu. Wachten op volledige standaardisatie of op alle stakeholders is begrijpelijk, maar betekent vaak ook vertraging van inzicht, gemiste ervaring en verhoogd risico op achterstand. Gemeenten die één pilot starten, bijvoorbeeld op een dienst die veel gebruikt wordt, kunnen waardevolle kennis opdoen, rollen invullen, processen moderniseren en meetbare impact realiseren. Daarmee bouwen ze aan digitale identiteit op en maatschappelijke dienstverlening van de toekomst.
EUDI‑wallet: gemeenten, start met experimenteren!
Veranderingen rondom digitale identiteit
De introductie van een portemonnee‑model voor digitale identiteit, vaak aangeduid als de Regulation (EU) 2024/1183 (die het stelsel van de eIDAS Regulation aanvult), betekent een fundamentele verschuiving voor burgers, bedrijven én overheden. In Nederland zien we dat veel gemeenten terughoudend zijn met deze EUDI-wallet: de opkomst bij werkconferenties is beperkt, de kennis over ‘wallets’ en ‘credentials’ wisselt sterk en de rol van gemeenten in dit nieuwe ecosysteem is nog onvoldoende helder. Deze terughoudendheid is begrijpelijk, maar biedt ook risico’s.
In dit artikel analyseren we wat er speelt, wat de voornaamste obstakels zijn en waarom juist nu actie geboden is.
Belofte van EUDI-wallet
De kern van het stelsel: elke EU‑lidstaat moet uiterlijk eind 2026 minimaal één digitale identiteit‑wallet (EUDI-wallet) aanbieden aan burgers en bedrijven. Deze wallet maakt het mogelijk om:
Voor een gemeente of (semi‑)overheidsorganisatie betekent dit nieuwe mogelijkheden: snellere dienstverlening, minder administratieve lasten, betere gebruikerservaring en versterkt vertrouwen. Maar het betekent ook nadenken over rollen (issuer, holder, verifier), procesverandering en samenwerking met leveranciers en bronhouders.
Huidige werkelijkheid bij gemeenten
Vier opvallende knelpunten komen naar voren in recente praktijkobservaties, relevant voor gemeenten die willen anticiperen:
In de werkconferentie over de Europese Digitale Identiteit was de opkomst van gemeenten relatief laag; vooral uitvoerende organisaties en leveranciers waren aanwezig. Dit wijst op een voorzichtig begin van adoptie.
Veel deelnemers hebben onvoldoende helder beeld bij wat een wallet en credentials toevoegen ten opzichte van de huidige situatie. Dat belemmert innovatie en toepassing.
Het nieuwe stelsel (EUDI/ecosysteem) is nog volop in ontwikkeling, waardoor veel gemeenten en bronhouders terughoudend blijven. Zij wachten op meer duidelijkheid of richting.
Veel gemeenten denken in termen van “gegevens die zij ontvangen van burgers in processen” (sociaal domein, vergunningen), terwijl zij zelf ook credentials kunnen uitgeven of controleren. De rol van bronhouder of verifier verdient meer aandacht.
Deze punten geven inzicht in waarom veel gemeenten nog niet actief experimenteren. En juist door niet te experimenteren, missen ze de kans om nu relevante ervaring op te doen.
Waarom experimenteren met EUDI-wallet essentieel is
Experimenteren met wallet‑ecosystemen is geen luxe: het is noodzakelijk. Hieronder drie redenen waarom:
Alleen door praktijkexperimenten wordt duidelijk welke scenario’s echt verschil maken, hoe processen veranderen, welke technische/organisatorische randvoorwaarden nodig zijn en waar waardebehoud zit.
Techniek, proces, beleid en gebruiker moeten samenkomen. Door te experimenteren ontstaan inzichten in rollen (issuer, holder, verifier), samenwerkingsvormen en governance‑modellen.
De juridische en technische kaders zijn in opbouw. Vooraf ervaring opdoen helpt gemeenten om straks sneller te voldoen aan verplichtingen en interoperabiliteit te realiseren.
Er zijn al voorbeelden van experimenten. Zo werkt Nederland mee aan grote pilot‑programma’s zoals de WE BUILD Consortium, die 13 use‑cases omvat voor bedrijfs‑ en betalingsinteracties in wallet‑ecosystemen. Technische inzichten uit de eerste pilotfase benadrukken het belang van interoperabiliteit en hergebruik van lessen.
Voor gemeenten betekent dit: niet afwachten, maar klein beginnen (bijvoorbeeld één dienst, één use‐case, interne processen) met beschikbare tooling, open ecosystemen en samenwerkingspartners.
Welke rol kunnen gemeenten innemen?
Gemeenten kunnen meerdere rollen spelen in het wallet‑ecosysteem: als uitgever (issuer) van credentials, als verificerende partij (verifier) of als deelnemer (holder). Hieronder praktische aandachtspunten:
Door zo te werk te gaan, kunnen gemeenten zich positioneren als proactieve spelers in het digitale identiteit‑ecosysteem in plaats van afwachtende volgers.
Belang voor digitale samenleving
Een robuust wallet‑ecosysteem draagt bij aan bredere maatschappelijke doelen in een digitale samenleving:
Voor gemeenten gaat het dus niet alleen om techniek, maar om maatschappelijke impact, veranderende dienstverlening en toekomstbestendige infrastructuur.
Start nu met EUDI-wallet
Het moment om te beginnen met de EUDI-wallet is nu. Wachten op volledige standaardisatie of op alle stakeholders is begrijpelijk, maar betekent vaak ook vertraging van inzicht, gemiste ervaring en verhoogd risico op achterstand. Gemeenten die één pilot starten, bijvoorbeeld op een dienst die veel gebruikt wordt, kunnen waardevolle kennis opdoen, rollen invullen, processen moderniseren en meetbare impact realiseren. Daarmee bouwen ze aan digitale identiteit op en maatschappelijke dienstverlening van de toekomst.
Bronnen